Podcast Aflevering 21 (20-04-2013)

Play

ReputatieCoaching Podcast aflevering 21!

Reputatie Coaching Podcast Aflevering 21 (20-04-2013)De ReputatieCoaching Podcast wordt populair! Op dit moment zie ik tussen de 100 en 150 downloads per week!
Afgelopen week vroeg iemand mij hoe je een goede domeinnaam moest kiezen, dus daarover meer in deze podcast. Terwijl je naar deze podcast luistert, wordt WordPress aangevallen door een botnet. Dus pas op en blijf zeker luisteren!
En ben je benieuwd naar welk Nederlandse bedrijf de beste reputatie heeft? Blijf dan ook luisteren, want dat komt na het nieuws over het botnet aan bod.
Laatst heeft Matt Cutts van Google uitgelegd hoe het kan dat nieuwe content zo kan schommelen in de zoekresultaten. Als laatste heb ik vijf manieren voor je, hoe je je eigen weblog onder de aandacht kunt krijgen van anderen.

Allereerst mijn excuses dat deze podcast wat later is verschenen dan normaal. Het is nu zaterdagavond, half elf en ik ben pas nu de podcast aan het inspreken. Dat kwam doordat onze zoon vandaag jarig is en we vanavond bezoek hadden. Ik kon dus niet eerder de podcast opnemen.

Voordat ik overga op het nieuws en de tips voor vandaag wil ik nog even terugblikken naar de podcast van vorige week en dan met name naar het interview met Philippine Wouters, de community manager van Yelp Nederland.

Ik ben benieuwd of je nu al naar Yelp hebt gekeken en helemaal of je je inmiddels hebt ingeschreven op Yelp. Als dat nog niet het geval is: doe het gewoon en begin met het posten van tips en reviews. Voeg mij ook toe als vriend op Yelp, dan blijven we op de hoogte van elkaars reviews.

Het is wat met al die social media! Kun je door de sociale bomen het social media bos nog wel zien? Of heb je last van social media moeheid? Als dat het geval is, overweeg dan eens een digitale detox “vakantie” te nemen. Sluit je gewoon een tijdje af van alle digitale media en doe alleen het hoog nodige. Zo kun je ook meteen zien of je nu wel of niet verslaafd bent aan alle gadgets in je omgeving die te pas en vaak ook te onpas piepen, bliepen, pingen et cetera. Kun je ze überhaupt een avond uitzetten? Een dag? Probeer het eens!

Zoals ik in het intro al zei: de podcast neemt in populariteit toe! Waar ik eind vorig jaar begon met een handjevol luisteraars per week, waar ik al enorm blij mee was, zie ik nu soms pieken in de downloads van dan 50 per dag! Dat gaat dus de goede kant op. En dat is grotendeels dankzij jullie!

Daarvoor ben ik jullie dus ook heel dankbaar! En ga vooral zo door met het aanbevelen van de podcast aan mensen in je omgeving. Toevallig raakte ik eerder deze week in gesprek met een directrice van een lokaal kinderdagverblijf hier in Apeldoorn en zij gaf meteen te kennen dat ze uitermate geïnteresseerd was in meer kennis en informatie over hoe zij haar kinderdagverblijven beter kan laten vinden om daarmee de reputatie te verbeteren. Dus welkom Rianne als nieuwe luisteraar van de podcast.

Nu ik het toch even over de podcast heb: als je deze podcast leuk vindt, laat het me dan weten. Vertel erover aan je familie, vrienden of collega’s of laat een review achter op iTunes. Ook stel ik het op prijs als je een bericht achterlaat op onze Facebookpagina, op: www.reputatiecoaching.nl/facebook. Like dit artikel en deel het op Facebook, of klik op “+1” onderaan dit artikel om het te delen op Google+. Je mag ook een bericht achterlaten op de Google+ pagina. De Google+ pagina kun je vinden op: www.reputatiecoaching.nl/gplus (dat is “g-p-l-u-s”).

Je kunt natuurlijk ook een leuke recensie achterlaten op op mijn LinkedIn-profiel, op: www.reputatiecoaching.nl/linkedin.

Of post simpelweg een reactie, onderaan de transcriptie van deze podcast.

Als je opmerkingen hebt over deze podcast, laat die dan op de website onderaan de transcriptie achter. Je kunt de transcriptie van deze podcast snel online vinden door te surfen naar: www.reputatiecoaching.nl/21/. Als je ergens een recensie hebt geplaatst, stuur dan een mailtje naar podcast@reputatiecoaching.nl, zodat ik je recensie kan vermelden in de podcast.

Wat ook van invloed kan zijn op je reputatie en je vindbaarheid op Internet, is de domeinnaam die je kiest voor je website. Kies je een domeinnaam met streepjes tussen verschillende woorden, dan kan het lastig zijn om de website en gelieerde e-mailadressen te communiceren. En let je even niet op, dan kan jouw domeinnaam opeens ook heel andere bedrijfsactiviteiten suggereren aan je potentiële klanten, of aan de zoekmachines.

Ik geef je een voorbeeld, waar het al heel simpel fout kan gaan. Stel je heet “Wim” en je hebt een exportbedrijf, genaamd “Wims Export BV”. Nu ga je je domeinnaam registeren: www.wimsexport.nl. Nou, als je dit nog eens overleest, denk ik dat het bij veel mensen iets anders kan suggereren, dan wat jij bedoelt. Ook zoekmachines zullen het woord “sex” erin meteen spotten en kan een averechts effect hebben voor de zoekresultaten waar het exportbedrijf van onze Wim opeens tussen komt te staan. Dit is dan nog een hypothetisch voorbeeld, maar er zijn echt legio voorbeelden van foute domeinnamen.

Als wilt zoeken naar voorbeelden van foute Engelstalige domeinnamen, dan kun je op Google de tekst intypen:

funny wrong bad domain names

Ik geef je een paar voorbeelden, die je dan tegenkomt:

Tja, probeer die laatste website maar eens over de telefoon te zeggen als Amerikaan. Ik denk echt dat de beller je dan omzichtig zal vragen het nog eens te herhalen.

“Maar hoe kies je nu een goede domeinnaam?”, vroeg iemand mij afgelopen week. En moet je streepjes gebruiken in de domainnaam? Nou, grappig genoeg zouden de streepjes in de domeinnamen die ik zoëven noemde, eventuele misverstanden hebben kunnen voorkomen. Maar wat vindt Google er nu van, als je streepjes gebruikt? Als je gaat zoeken op Internet kom je tegen dat Matt Cutts van Google heeft gezegd dat domeinnamen met drie streepjes of meer erin over het algemeen minder zinnige of waardevolle content bevatten. De domeineigenaren van deze sites proberen vaak op de exacte woorden die in de domeinnaam voorkomen, hoger te scoren in de zoekresultaten. Dit werkte tot ongeveer september 2012. Toen introduceerde Google het EMD-filter. Hierbij worden zogenaamde Exact Match Domains, ofwel domeinnamen die erop gericht zijn om oneigenlijk hoog te scoren, minder relevant bevonden en dus lager getoond in de zoekresultaten. Hier heb je dus een praktische tip: probeer niet teveel trefwoorden in je domeinnaam te persen, dat werkt averechts!

Verder zegt Matt Cutts in de video die ik in de speaker notes heb opgenomen, dat je in de rest van de URL beter koppelstreepjes (dus het bekende “min-teken”) kunt gebruiken dan de underscore, dat is het laag liggende streepje.

Maar Google kan prima woorden herkennen in een domeinnaam, als deze woorden aan elkaar zijn geschreven. Dat is nu ook precies de reden dat de eerdergenoemde domeinnamen ook voor problemen kunnen zorgen!

Verder zie je ook wel eens dat bedrijven hun domeinnaam heel smal afbakenen. Hierdoor kunnen ze dan in de toekomst niet verder groeien. Stel dat je als domeinnaam “bedrijfsfotograaf.nl” hebt gekozen en je wilt ook gezinsreportages gaan maken. Tja, dan heb je dus een uitdaging. Kies daarom een naam die je zo breed mogelijk kunt inzetten en waarmee je in de toekomst verder kunt doorgroeien.

Een andere “fout” die je wel ziet, is dat mensen producten gaan verkopen onder hun eigen persoonlijke naam op Internet, in combinatie met het product. Dus bijvoorbeeld “jansenschoenen.nl”. Als meneer of mevrouw Jansen nu het bedrijf wil verkopen, zit de koper dus gebonden aan een domeinnaam, die na de bedrijfsovername, hoogstwaarschijnlijk niet meer van relevant is. En dan is het echt balen als die website door de jaren heen ontzettend goed is gaan scoren in de zoekmachines op bepaalde typen, merken of soorten schoenen…

Van de week las ik op de site van Forbes dat er een grootschalige hackpoging gaande is door een netwerk van geautomatiseerde systemen –een zogenaamd botnet– om wachtwoorden van WordPress sites te achterhalen en WordPress sites te hacken.

Een paar tips om je hiertegen te beschermen:

  1. Maak backups – ik kan het niet vaak genoeg herhalen, maar met BackWPup of andere plugins kun je jouw WordPress blog automatisch met een door jou gekozen frequentie op een alternatieve locatie veiligstellen. Als er dan iets gebeurt met je site, hoef je alleen maar de meest recente of een erg recente backup terug te zetten, waarna je meteen weer in business bent.

  2. Kies complexe wachtwoorden – ik zag recentelijk weer dat iemand als wachtwoord een merk en een type nam van een product, waar de site ook over ging. Tja, dat is natuurlijk vragen om problemen! Kies een moeilijk wachtwoord, dat niet voor de hand ligt en gebruik ook leestekens in het wachtwoord, zoals “^&*(#$%@” etc.

  3. Gebruik geen “admin” – Bijna iedereen kiest de gebruikersnaam “admin” voor het administrator-account. Stel je website gaat over klassieke bloempotten, kies dan bijvoorbeeld “kblp-admin” voor het administrator account. En maak dan meteen ook een gewoon gebruikersaccount aan, waar je normaal onder werkt, als je zit te bloggen.

  4. Hou WordPress actueel – Installeer niet meteen elke update. Soms is het opportuun om even een dag of twee te wachten nadat een nieuwe update is verschenen. Als blijkt dat de update geen nieuwe problemen introduceert, installeer dan zo snel mogelijk de update om er zeker van te zijn dat je met de meest actuele versie van de programmatuur werkt.

  5. Installeer een beveiligingsplugin – Een plugin kan je niet beschermen voor de problemen die ik hierboven schetste. Dus vestig hier niet je hoop op!

Het Reputation Institute heeft deze week bekendgemaakt welk bedrijf in Nederland de beste reputatie heeft. Als je volgens hun traditionele metingen kijkt, dan komt Philips als beste uit de bus met een score van 77,2 op een schaal van honderd, gevolgd door FrieslandCampina met 76,2 punten en Heineken met 74,7 punten. Als vierde eindigde Air France-KLM, gevolgd door de Rabobank Groep.

In het rapport “2013 Reputation Results The Netherlands” wordt ook gekeken naar hoe bedrijven zich manifesteren op de sociale media. Dan komt er opeens een heel andere top-3 uit de bus. Als eerste komt nu namelijk FrieslandCampina, als tweede de Rabobank Groep en Philips staat dan op de derde plaats.

Het is verder niet een omvangrijk rapport, maar het is wel eens leuk om door te lezen om te zien welke bedrijven zoal een hoge reputatie hebben.

Je kent het vast wel: je hebt een mooi stuk content geschreven voor je website en binnen korte tijd zie je je nieuwe artikel op de voorpagina van Google prijken op een aantal trefwoorden. Als je dan een paar weken later nog eens kijkt, is jouw artikel opeens verdwenen naar pagina 2, 3, 4 of nog verder. Hoe komt dit nu?

Matt Cutts van Google vertelde eerder deze maand in een video hoe dat komt. De video heb ik opgenomen in de transcriptie van deze podcast.

In de video legt Matt uit dat Google soms moeite heeft meteen te zien waar het stuk content precies over gaat. Pas na verloop van tijd kan Google beter inschatten waar het artikel over gaat, omdat ze dan vaak meer signalen krijgen, waar ze iets mee kunnen doen.

Dus ga niet meteen juichen, als jouw artikel vijf minuten nadat je het hebt gepost, direct op de eerste positie staat. Want de kans is groot dat dit heel anders is, als je over een paar weken nog eens kijkt.

Nu heb je je website en je bent niet tevreden over het aantal bezoekers, dat je dagelijks met je content naar jouw site trekt. Wat moet je dan doen? Moet je meteen Google AdWords gaan inzetten, om verkeer naar je site te trekken? Of zijn er nog andere (en het liefst GRATIS) manieren, om jouw site meer onder de aandacht van een breder publiek te krijgen?

Ik geef je een paar tips, die ik tegenkwam op MarketingLand.

1. Bezoek andere sites in jouw vakgebied en bied aan om een gastblog te schrijven
Waarschijnlijk weet je al wie op jouw vakgebied de leiders zijn, de grote spelers, die veel verkeer naar hun site weten te trekken. “If you can’t beat them, join them!” zegt men in het Engels. Omdat elke website de behoefte heeft aan goede en vooral ook originele, unieke content, is de kans groot dat ze best een artikel van jou willen plaatsen.

2. Deel je content op social media sites
Alleen maar goede content produceren en het verder niet promoten naar mensen die het mogelijk voor jou verder kunnen promoten, gaat je geen grote hoeveelheden website bezoekers opleveren! Ik las recentelijk ergens de spreuk:

“Delen is het nieuwe vermenigvuldigen…”

Dus deel je content en het aantal bezoekers naar je site zal vermenigvuldigen… Verwacht niet meteen wonderen, maar het help altijd!

3. Zoek de spelers op!
Als je weet op welke sites de belangrijke spelers op jouw vakgebied zich ophouden, ga daar dan ook naartoe en schrijf je in, indien mogelijk.

4. Gebruik gratis sites!
Er zijn zoveel gratis sites, waar je leuke dingen mee kunt doen! Kijk maar eens naar wordpress.com, tumblr.com, blogspot.com. Dit soort sites kunnen je helpen om jouw eigen site meer aandacht te geven, omdat ze vaak hoger scoren in de zoekresultaten. Als je dan daar een goed artikel hebt gepubliceerd, dan kun je dus ook gewoon naar je eigen site linken naar soortgelijke artikelen.

Omdat het vandaag nogal laat is geworden, heb ik de podcast iets korter gehouden dan normaal. Maar volgens mij heb ik je toch weer een boel goede tips kunnen geven, waar je je voordeel mee kunt doen.

Als je een vraag of een probleem hebt met betrekking tot je online reputatie, stuur dan een mailtje naar podcast@reputatiecoaching.nl of spreek een boodschap in op de ReputatieCoaching Hotline, op: 084 – 883 15 56. Mogelijk behandel ik je vraag of probleem dan in een artikel of in de podcast.

Ik wens iedereen de komende week weer succes met het werken aan je reputatie, zodat je meteen je reputatie voor jou kunt laten werken!

Tot volgende week!

Doei!

[info_box]Hieronder het overzicht van de links die in de podcast aan bod komen:

Podcast Aflevering 20 (13-04-2013)

Play

ReputatieCoaching Podcast aflevering 20!

Reputatie Coaching Podcast Aflevering 20 (13-04-2013)Spectaculair nieuws deze week… Eindelijk is het dan zover: de langverwachte Facebook Home is uit! Dus daarover straks meer. En vorige week vertelde ik je over Jeanet Bathoorn die een leuk artikel had gepubliceerd op FrankWatching. Dat artikel kreeg nog een staartje… Verder heb ik een update over het belang van reviews. De podcast van vandaag sluit ik af met een leuk interview met een uitermate enthousiaste en gedreven vrouwelijke gast.

Mijn naam is Eduard de Boer -ook wel bekend als de ReputatieCoach- en ik ben je host voor vandaag.

Ik zei het al: de Facebook Home is uit. Wat is de Facebook Home? Heb je nog niet van de Facebook Home gehoord en er nog niet over gelezen? Nou, de Facebook Home is een mobiele telefoon van Facebook. Beter gezegd: het is een mobiele telefoon van het merk HTC, waarop Android draait met een Facebook sausje er overheen.

De media stonden al maanden vol van de geruchten over een mogelijke Facebook telefoon. Nu is hij er dan. Althans, hij is aangekondigd. In de show notes heb ik een tweetal video’s geplaatst, waarin je meer kunt zien over deze telefoon.

De telefoon is dus gebaseerd op een standaard versie van Android. Het is dus geen aangepaste Android, maar een speciale app of beter gezegd: “skin”, bovenop Android. Volgens de aankondigingen is het gisteren (12 april) als een Android app beschikbaar gekomen in de Google Play store. Ik heb nog geen tijd gehad om dit te verifiëren.

iPhone gebruikers blijven voorlopig nog in het ongewisse, of het ook als een iPhone app beschikbaar komt. Vooralsnog is daar niets over bekendgemaakt.

Natuurlijk is het de vraag of er in de markt wel behoefte is aan een Facebook telefoon. In Amerika is er een interview gehouden, waarbij mensen is gevraagd of ze een Facebook telefoon zouden kopen, met een soort van Facebook abonnement om te bellen. Het percentage mensen dat deze vraag positief beantwoordde, bedroeg slechts 3%. 82% zei “Nee” en 15% wilde eerst meer weten.

Tja, als Facebook nu een telefoon heeft, of een app die veel Android gebruikers zullen installeren, zal het aantal check-ins en likes van lokale bedrijven nog verder toenemen. Als je als bedrijf nu nog geen bedrijfspagine hebt op Facebook loop je dus het risico nog meer business kwijt te raken dan voorheen.

Vergeet niet: Facebook kan nu nog meer gegevens registreren over wat mensen like’n en vooral WAAR ze dat doen op dat moment. Dit vergroot hun kansen om zichzelf later echt als lokale zoekmachine te profileren.

Vorige week schreef ik al over het boek van Jeanet Bathoorn, naar aanleiding van het artikel over de “5 A’s voor werkzoekenden”, dat ze op FrankWatching had gepubliceerd. Nou, het bleek dat op een andere site, te weten recruitmentmatters.nl er bijkant een ware hetze tegen Jeanet in het algemeen en tegen het artikel in het bijzonder ontstond.

Als buitenstaander vond ik het wel interessant om te zien dat de persoon die de hetze initieerde en er vol tegenin ging, eigenlijk alle vijf de A’s goed had begrepen. Ik heb dit ook op haar weblog gepost. Daar schreef ik:

Bekijk het positief! De schrijver volgt precies jouw tips:

  • Actie – hij is er maar druk mee met schrijven
  • Alert – hij reageert snel op zijn lezers
  • Aandacht – hij leest de reacties, al zie ik wel ruimte voor wat meer inlevingsvermogen
  • Ambassadeurs – Zijn vrouw of zus is zijn eerste ambassadeur, zo te zien
  • Aantrekkelijk – de doelgroep voor negativisme is kleiner dan je denkt en de vraag is of negativisme hem aantrekkelijk maakt voor potentiële klanten of opdrachtgevers…

Reviews zijn belangrijk voor bedrijven. Mensen gaan vaak op Internet op zoek naar de mening van andere mensen die eenzelfde koopbehoefte hebben gehad en hun mening hierover online hebben gepost. Uit een artikel van het Amerikaanse MarketingLand blijkt dat tegenwoordig al meer dan 90% van de mensen die iets wil kopen of bestellen, eerst online op zoek gaat naar reviews, om te lezen wat anderen ervan vinden of hebben gevonden. En zij baseren hun keuze hierop…

90%!! Dat is veel! Heel veel! Als jij dus je klanten of patiënten nooit vraagt om ergens een review te posten, dan ga je langzamerhand toch echt de boot missen! Al begin je maar met kaartjes bij je kassa, receptie of toonbank te leggen, waar mensen hun mening op kunnen schrijven. Deze kun je dan op je eigen site posten. Dat is een begin.

Maar het is natuurlijk veel krachtiger, als je klanten of patiënten reviews posten op bijvoorbeeld Google+, Facebook, zorgkaartnederland.nl, iens.nl of Yelp. Dat zijn sites waar mensen toch als eerste naartoe gaan om reviews te lezen.

Veel mensen zullen dit niet automatisch doen, een review posten. Dus het kan helpen om mensen bij het verlaten van je bedrijf, kliniek of praktijk een kaartje mee te geven met daarop het verzoek jouw onderneming, de dienstverlening of het product te beoordelen.

Lang niet iedereen heeft Google+, Facebook of Yelp. Daarom raad ik je aan de mensen te verwijzen naar een pagina op je website, waar je mensen aan de hand van enkele vragen naar de juiste site stuurt. Binnenkort zal ik hier een instructievideo over maken, om te illustreren wat ik bedoel.

Logo YelpZowel op de website, als in de podcast heb ik al een aantal keren gerefereerd aan Yelp. Yelp is een bedrijf dat volgens Wikipedia in 2004 is opgericht in San Francisco als een lokale directory voor bedrijven.

Vandaag heb ik een speciale gast aan de lijn voor een interview, te weten Philippine Wouters. Philippine is de community manager van Yelp Nederland en ik ben een paar weken geleden voor het eerst met haar in contact gekomen, doordat ze een positieve reactie gaf op mijn reviews. En een paar weken geleden heb ik haar live ontmoet op een Yelp Elite party.

[warning_box]Opmerking voor de lezers van het artikel

Hieronder zie je alleen mijn vragen die ik tijdens het interview van bijna 30 minuten heb gesteld. Voor de antwoorden verwijs ik je graag naar de daadwerkelijke podcast (de audioversie).[/warning_box]

1. Hoi Philippine, leuk dat je tijd hebt gemaakt voor dit interview voor de ReputatieCoaching podcast. Ik hoop dat ik het intro over Yelp een beetje goed heb gedaan, maar misschien was het een ietwat karig. Daarom geef ik nu graag het woord aan jou om mij eventueel te corrigeren en ons meer te vertellen over Yelp in het algemeen, het ontstaan, Yelp’s visie en natuurlijk over Yelp Nederland.

2. En kun je iets meer over jezelf vertellen? Wat is jouw achtergrond en hoe ben je bij Yelp verzeild geraakt? En natuurlijk: wat zijn jouw taken c.q. werkzaamheden als community manager voor Yelp Nederland? Doe je dit werk fulltime?

3. Ik begrijp dat je dikwijls allerlei evenementen organiseert uit naam van Yelp, om Yelp nog meer onder de aandacht van mensen te brengen. Zijn die evenementen voornamelijk in de Randstad en dan met name in Amsterdam? Komen daar dan Yelp’ers uit heel Nederland op af? Zijn er wel eens Yelp-evenementen in andere delen van Nederland? Of is de penetratie van Yelp daarvoor te klein?

4. Op Yelp zie je wel eens “Elite …” met een jaar erachter staan. Wat zijn precies Elite Yelp’ers? Hoe kunnen mensen een Elite member worden? En zitten er bepaalde voorrechten aan de Elite status? Oh en op Amerikaanse sites lees je wel eens dat Amerikaanse Elite Yelp parties er flink heftig aan toe gaan. Kan een ondernemer bijvoorbeeld ook Elite members uitnodigen om eens een kijkje in zijn of haar toko te komen nemen?

5. De lokale search markt is natuurlijk ontzettend populair en veel bedrijven proberen daar een marktaandeel te pakken. Ik denk daarbij in Nederland aan Google, met Google+ Local, Facebook met Facebook “Nearby”, Foursquare en Twitter. In Noord-Amerika heb je natuurlijk ook nog Yahoo! Local, Bing Local en nog meer partijen. Ziet Yelp in Nederland de voornoemde partijen als een concurrent en daarmee als een bedreiging? Of zijn jullie er toch van overtuigd dat je de concullega’s een stapje voor kunt blijven, of dat jullie je op een bepaalde manier onderscheiden en daar jullie bestaansrecht aan ontlenen?

6. Zelf ben ik sinds maart 2012 ingeschreven bij Yelp, omdat ik er toen min of meer toevallig in figuurlijke zin tegenaan liep. Maar het is pas sinds juli 2012, dat ik ben begonnen met het posten van reviews. Misschien ben ik gewoon traag van begrip, maar ik vroeg me lange tijd af, wat het nut was om al die ervaringen te posten voor de wereld.

Inmiddels ben ik driekwart jaar verder en ik heb wat dat betreft het licht gezien. Ik post zelf nu frequent reviews en foto’s van bedrijven die ik bezoek. Ook adviseer ik als ReputatieCoach iedereen om zich aan te melden op Yelp, zowel bedrijven voor hun bedrijfsvermelding en vrienden en bekenden, om reviews te posten. Dus zo snel kunnen dingen gaan.

Maar wat ik me afvraag: wat doet Yelp actief aan marketing voor het werven van nieuwe Yelp’ers? En groeit Yelp naar wens?

7. Google zegt keihard dat je niet om reviews of recensies mag “bedelen” of zelfs “vragen”. En wat zeker niet mag, is mensen belonen voor recensies, met kortingen of presentjes. Volgens hen moeten reviews van nature vanuit de tevreden klanten of patiënten en dergelijke komen. Hoe staat Yelp hier tegenover? Mag ik als ondernemer die een vermelding heeft op Yelp een klant om een recensie vragen? Mag ik op mijn website een pagina hebben, waar ik mensen uitleg hoe ze waar een recensie kunnen posten? Mag ik als restauranthouder bijvoorbeeld een kaartje op tafel zetten met een QR-code van een URL die naar mijn Yelp-vermelding wijst, om zo klanten een review te laten posten? Wat voor tips heb je voor ondernemers om veel reviews te kunnen verwerven, zonder dat ze de regels overtreden?

8. Op dit moment kunnen Yelpers foto’s uploaden bij locaties. Zelf doe ik dat ook best vaak, bijvoorbeeld van de voorkant van een bedrijf of van een buffet in een restaurant. Je ziet ook dat video steeds populairder wordt. Kunnen we in de toekomst ook verwachten dat bijvoorbeeld eigenaren van bedrijven die hun vermelding op Yelp hebben geclaimd, video’s kunnen uploaden?

9. Ik noemde zonet al video als een mogelijke uitbreiding van Yelp. Kun je en mag je een tipje van de sluier oplichten, wat we binnenkort als vernieuwingen of uitbreidingen van Yelp kunnen verwachten, waarmee Yelp zichzelf zogezegd “nog meer en/of beter op de kaart zet”?

10. Dit klinkt allemaal ontzettend leuk. Maar “What’s in it?” voor een ondernemer? Heb je ook voorbeelden wat een registratie van een onderneming op Yelp een ondernemer kan opleveren?

11. Kun je ook wat facts ‘n figures geven over Yelp, over de groei bijvoorbeeld? Of hoeveel bedrijven erin zitten?

Ontzettend bedankt voor het interview en ik vond het heel leuk en leerzaam om eens wat meer over Yelp te horen. Dan is nu het virtuele podium voor jou, om de luisteraars van de podcast en de lezers van het weblog te overtuigen dat ze zich moeten aanmelden bij Yelp en actief Yelper moeten worden.

Philippine, nogmaals bedankt. Laatst heb ik al een Yelp Elite event bijgewoond, wat ik erg leuk vond. Daarover meld ik binnenkort meer. En hopelijk kan ik binnenkort nog eens een Yelp-evenement meemaken om daar ook weer eens iets over te kunnen vertellen in een volgende podcast of een ander weblog artikel.

Dit was best een lang interview, daarom bewaar ik een aantal tips die ik deze week weer links en rechts ontdekte, voor de volgende podcast.

Nu ik het toch even over de podcast heb: als je deze podcast leuk vindt, laat het me dan weten. Vertel erover aan je familie, vrienden of collega’s of laat een review achter op iTunes. Ook stel ik het op prijs als je een bericht achterlaat op onze Facebookpagina, op: www.reputatiecoaching.nl/facebook. Like dit artikel, of klik op “+1” onderaan dit artikel. Je mag ook een bericht achterlaten op de Google+ pagina. De Google+ pagina kun je vinden op: www.reputatiecoaching.nl/gplus (dat is “g-p-l-u-s”).

Je kunt natuurlijk ook een leuke recensie achterlaten op op mijn LinkedIn-profiel, op: www.reputatiecoaching.nl/linkedin.

Of post ook simpelweg een reactie, onderaan de transcriptie van deze podcast.

Als je opmerkingen hebt over deze podcast, laat die dan op de website onderaan de transcriptie achter. Je kunt de transcriptie van deze podcast snel online vinden door te surfen naar: www.reputatiecoaching.nl/20/. Als je ergens een recensie hebt geplaatst, stuur me dan een mailtje zodat ik je recensie kan vermelden in de podcast.

Als je een vraag of een probleem hebt met betrekking tot je online reputatie, stuur dan een mailtje naar podcast@reputatiecoaching.nl of spreek een boodschap in op de ReputatieCoaching Hotline, op: 084 – 883 15 56. Mogelijk behandel ik je vraag of probleem dan in een artikel of in de podcast.

Ik wens iedereen de komende week weer succes met het werken aan je reputatie, zodat je meteen je reputatie voor jou kunt laten werken!

Tot volgende week!

Doei!

[info_box]Hieronder het overzicht van de links die in de podcast aan bod komen:

Podcast Aflevering 19 (06-04-2013)

Play

ReputatieCoaching Podcast aflevering 19!

Reputatie Coaching Podcast Aflevering 19 (06-04-2013)Vorige week had ik een leuk interview met Gé Bouma van Bouma Webteksten. Zij heeft veel waardevolle informatie met ons gedeeld over reputatiemanagement: hoe je je online en offline reputatie moet bewaken en wat je kunt doen in het geval van reputatieschade. Zij heeft me afgelopen week een aantal leuke reputatiegerelateerde zaken toegestuurd, waarover ik komende week een blogbericht ga schrijven.

In deze podcast heb ik geen interview, maar wel weer een aantal wetenswaardige tips en nieuwsberichten uit de wereld van online marketing, reputatiemanagement en zoek machine optimalisatie.

Mijn naam is Eduard de Boer -ook wel bekend als de ReputatieCoach- en ik ben je host voor vandaag.

Het eerste onderwerp gaat grotendeels over offline reputatie, in relatie tot de vakantietijd die er voor veel mensen de komende maanden weer aan zit te komen. Maar het kan ook gevolgen hebben voor je online reputatie. Als tweede onderwerp heb ik vandaag nieuws over Facebook. En grappig genoeg kan Google+ niet achterblijven, dus heb ik Google+ als derde onderwerp van gesprek met nieuws over Google Places for Business.

Vandaag las ik overigens een leuk artikel op FrankWatching van social media expert en internationaal spreker Jeanet Bathoorn over de 5 A’s voor werkzoekenden. Deze A’s zijn ook voor een groot deel van toepassing voor het verbeteren van je online reputatie, dus daar ga ik ook iets verder op in.

Nu de winter die maar niet op lijkt te willen houden kijken veel mensen reikhalzend uit naar de zomer, lange zwoele avonden en gezellig buiten BBQ’en met vrienden en familie, maar natuurlijk vooral naar de vitamine “V” van “Vakantie”! Het eerste onderwerp voor vandaag gaat over vakantie, reizen, zakenreizen en over legitimatie, met name over het voorkomen van fraude met een kopie van je identiteitsbewijs.

Laat ik voorop stellen: ik ben geen jurist en de juridische zaken die ik hier toelicht hebben betrekking op Nederland en het Nederlandse rechtssysteem. Het is dus niet één op één van toepassing in het buitenland. Maar met de tips die ik je ga geven kun je sowieso je voordeel doen.

Op dit moment zijn websites als hotelkamerveiling.nl erg in trek om goedkope hotelovernachtingen te scoren. Veel mensen maken hier dankbaar gebruik van en kunnen zo voor geringe kosten lekker een weekendje weg naar een hotel.

Maar al te vaak als we ergens in een hotel inchecken, wordt ons gevraagd naar een paspoort of identiteitsbewijs, waar de recepetionist of receptioniste dan even een “kopietje” van wil maken. En naast hotels hebben ook telefoonshops of sportclubs er vaak een handje van om een kopie te willen maken van paspoort, identiteitsbewijs, rijbewijs of bankpas.

Zodra er een kopie is gemaakt van bijvoorbeeld je paspoort heb je geen controle meer over wat ermee kan worden gedaan. Het kan worden gebruikt voor frauduleuze doeleinden, waardoor jouw reputatie ernstige schade kan oplopen. Op die mogelijke schade van identiteitsfraude wil ik nu niet ingaan, maar wel op jouw rechten: wat mag er wel volgens de wet en wat mag er niet?

De korte en iets versimpelde versie van wat er wel en niet mag, luidt: bijna geen enkel commercieel bedrijf met uitzondering van je werkgever, banken en officiële autoverhuurbedrijven die zijn aangesloten bij de BOVAG, mag een kopie maken van jouw paspoort of ander identiteitsbewijs.

Ik hoop dat deze korte samenvatting van wat ik afgelopen week op de website van de Rijksoverheid heb zitten nalezen, jou aan het denken zet… Waarschijnlijk kun je je nog zo een stuk of twee à drie bedrijven herinneren die relatief recentelijk een kopie hebben gemaakt van een identiteitsbewijs van je, of je bankpas etc. Dat mag dus niet en is zelfs bij de wet verboden!

Maar dan eerst: wat is identiteitsfraude? Identiteitsfraude is wanneer iemand anders dan jijzelf gebruik maakt van jouw identiteitsgegevens. Soms is het namelijk mogelijk om bijvoorbeeld een lening aan te vragen of een telefoonabonnement af te sluiten. Daardoor ontvang jij dan dus rekeningen voor dingen die je niet hebt aangeschaft. En als je weigert die rekeningen te betalen krijg jij alle ellende en dus niet de fraudeur.

Wist je trouwens dat jaarlijks een paar honderdduizend Nederlanders op één of andere manier te maken krijgen met identiteitsfraude? In 2011 betrof het maar liefst 5% van alle Nederlanders!

Hoe kun je dit voorkomen? Allereerst raad ik je aan om de links die ik onderaan de show notes van deze podcast heb opgenomen toch eens aandachtig te lezen. Die webpagina’s zijn van de Rijksoverheid en die wil ik hier niet gaan citeren. Maar het is natuurlijk goed om te weten wat jouw rechten zijn en wat er wel en niet mag volgens de wet.

Als iemand je vraagt naar je identiteitsbewijs voor het maken van een kopie, moet je als eerste vragen waarom het nodig is. In een hotel is het bijvoorbeeld niet nodig om al je paspoortgegevens te registreren. Hotels moeten het type identiteitsdocument vastleggen, de naam van de gast, diens beroep of betrekking, de woonplaats en de dag van aankomst en vertrek. Meer hoeft een hotel volgens de wet niet te registreren. In andere gevallen (bij andere bedrijven) kan het ook volstaan het type en het nummer van het identiteitsbewijs te registreren, zonder er een kopie of scan van te maken.

Een telefoonshop kan volstaan met het afschrijven van 1 eurocent van je bankrekening die je met je PIN-pas betaalt. Zo toon jij aan de telefoonshop dat jij de eigenaar bent van de bankrekening en dat de bankrekening niet geblokkeerd is of iets dergelijks.

Als er ergens dan toch een kopie wordt gemaakt van bijvoorbeeld je paspoort, vraag dan de kopie en doe het volgende:

  • Schrijf door de kopie dat het een kopie is, en voor wie of welk bedrijf de kopie bestemd is. Schrijf ook de datum dat de kopie is gemaakt, erbij.

  • Streep je BSN (Burger Service Nummer) door, ook in de strook onderaan je paspoort. Vrijwel geen enkel bedrijf of organisatie mag je BSN gebruiken, laat staan vastleggen. Voorbeelden van uitzonderingen zijn: zorgverleners, zoals huisarts, apotheek, en zorgverzekering.

Samenvattend: ik raad je aan om eens de links onderaan de show notes te volgen en iets meer te lezen over wie er wel een kopie mag maken van je identiteitsbewijs. Zo sta je sterker in je schoenen als je een discussie hierover aangaat en kun je mogelijk reputatieschade voorkomen.

Je kunt de transcriptie met de show notes van deze podcast vinden, door te surfen naar: www.reputatiecoaching.nl/podcast-19. Daar vind je dus zowel de tekst van de podcast als nog wat afbeeldingen, foto’s en de diverse links die in deze podcast aan bod komen.

Nu ik het toch even over deze podcast heb: als je de podcast leuk vindt, laat het me dan weten. Vertel erover aan je vrienden of collega’s of laat een review achter op iTunes. Ook stel ik het op prijs als je een bericht achterlaat op onze Facebookpagina, op: www.reputatiecoaching.nl/facebook. Of geef een “+1” op Google+. De Google+ pagina kun je vinden op: www.reputatiecoaching.nl/gplus (dat is “g-p-l-u-s”).

Je kunt ook een leuke recensie achterlaten op op mijn LinkedIn-profiel, op: www.reputatiecoaching.nl/linkedin.

Natuurlijk kun je ook simpelweg een reactie posten, onderaan de transcriptie van deze podcast.

Dan kom ik op het tweede onderwerp van deze podcast: Facebook. In de Engelse taal heeft Facebook haar dienst “Facebook Nearby” een andere naam gegeven. De nieuwe naam is nu “Facebook Local Search”. Dit geeft maar eens te meer aan dat Facebook zich echt wil gaan profileren als zoekmachine, toegespitst op de grootste zoekmarkt: de lokale zoekmarkt.

Ik kan het niet vaak genoeg zeggen: de meeste mensen zoeken een lokale onderneming als ze een bepaalde koopintentie hebben. De simpelste onderbouwing hiervan is: als je in Eindhoven woont en een pizza wilt eten, dan wil je in de meeste gevallen niet een pizzeria in Groningen voorgeschoteld krijgen. Als je dat combineert met de sociale signalen die Facebook kan halen uit alle Like’s en checkin’s bij bedrijven die de meer dan 1 miljard Facebook-gebruikers in hun app aangeven, dan kun je je voorstellen dat hier een enorme commerciële kans ligt. En die wil Facebook dan ook in de toekomst gaan benutten, is mijn idee.

Hoewel ik afgelopen week een update van de Facebook app kreeg op mijn iPhone, heb ik zojuist gecontroleerd: deze zoekmogelijkheid heet op dit moment nog steeds “In de buurt”.

Over de Facebook app gesproken: wist je dat de Facebook app meer op de iPhone wordt gebruikt om lokaal te zoeken, dan Apple Maps? Logischerwijs staat Google Maps aan kop. Dat komt natuurlijk mede doordat lokale resultaten ook worden getoond in de gewone zoekresultaten op Google. Dus als iemand op Google zoekt naar een kapper in de buurt, dan worden veelal maximaal 7 lokale resultaten getoond, gelabeld “A” tot en met “G”. Als er minder zijn, dan worden er logischerwijs minder getoond.

In 35% van de zoekpogingen wordt op een mobiele telefoon inderdaad Google Maps gebruikt. Facebook komt daar meteen achteraan met 24%. Apple Maps wordt echter maar in 16% van de gevallen gebruikt.

Waarschijnlijk komt dit mede doordat Apple Maps nog niet echt supervolledig is, qua bedrijven die erin te vinden zijn. Ik ben echt benieuwd wanneer Apple hier nu eens iets aan gaat doen, en wat ze er überhaupt aan gaan doen. Ik wacht wel af.

Dit brengt me nog eventjes op de twee instructievideo’s die ik ooit heb gemaakt, die je kunnen helpen om je bedrijf op Apple Maps te krijgen, als je daar nog niet staat vermeld. Controleer dus eerst of jouw bedrijf op Apple Maps is te vinden. Zo niet, meld dan als eerste je bedrijf aan op Yelp. Ga daarna naar TomTom Places, om je bedrijf op TomTom aan te melden. Dan is de kans groot, dat je bedrijf binnen een paar weken vindbaar is in Apple Maps. In de show notes heb ik nog een keertje gelinkt naar die instructievideo’s.

Het laatste nieuwtje over Facebook is dat Facebook binnenkort net als Twitter, Google+, Pinterest en nog een paar social media sites ook de zogenaamde hashtags gaat ondersteunen. Zo kunnen mensen Facebook berichten van tags voorzien, waardoor de berichten later gemakkelijker zijn te vinden. Ook kan dit Facebook helpen trends te herkennen, net als de trending topics op Twitter. En zo kan Facebook langzaamaan de “gepersonaliseerde krant” voor iedere gebruiker worden, een lang gekoesterde droom van Mark Zuckerberg, de oprichter van Facebook.

Na al dit nieuws over Facebook kan ik Google natuurlijk niet negeren. Ik heb inderdaad ook weer een en ander te melden over Google. Voor de lokale bedrijfsvermeldingen hadden we eerst Google Places. Dit is 31 mei 2012 omgedoopt tot Google+ Local. Maar om aanpassingen door te voeren in je lokale bedrijfsvermeldingen moest je dikwijls nog gebruik maken van de oude Google Places interface.

Het is pas sinds kort dat je Google+ bedrijfspagina’s kunt maken, die je dan ook kunt samenvoegen met de Google+ Local bedrijfsvermelding. Met al die benamingen merk je overigens al dat het er niet duidelijker op wordt. En sterker nog, het introduceert ook problemen.

Ik meldde je een paar weken geleden dat ik de lokale bedrijfsvermelding voor Allround Fotografie wilde samenvoegen met de Google+ Local pagina. Dus heb ik de procedure opgestart. Op dit moment zit ik met een probleem, want nu heb ik twee bedrijfsvermeldingen in Google. Om het helemaal ondoorzichtig te maken: die kun je alleen maar weer snel en eenvoudig vinden, als je gaat zoeken in Google Maps.

Nu hadden we dus eerst Google Places. Dat zou per mei 2012 zijn veranderd in Google+ Local, waarbij Google Places afgebouwd zou worden.

Ik noemde net ook al de bedrijfsvermeldingen in Google Maps, die feitelijk ook los staan van de andere vermeldingen. OK, Google doet wel moeite al die vermeldingen in sync te houden, maar er gaat dus nog wel eens iets fout. En als je gaat zoeken op Internet, dan vind je veel meer gevallen van waar het fout is gegaan.

Maar goed, ik laat me niet kennen en ik vind dat ik moet weten WAT er precies fout kan gaan, dus ik ben met de bedrijfsvermelding voor Allround Fotografie dan ook echt het diepe in gedoken…

Om het hele verhaal nog onduidelijker te maken voor de wereld, heeft Google nu weer een nieuwe gebruikersinterface in het leven geroepen voor een dienst die ze “Google Places for Business” noemen. Dit zou een samensmelting moeten zijn van de oude Google Places en de opvolger, Google+ Local. Dat heb ik allemaal pas net vanmiddag gelezen en dit nieuws is ook uiterst recent, namelijk van 2 april. Ook wordt het gradueel uitgerold, waarbij Google begint in de VS. Pas daarna komen andere landen aan bod. Ik kan er dus ook nog niet zelf een kijkje in nemen.

Dus neem me alsjeblieft niet kwalijk dat ik nog niet alle ins en outs en de verschillen etc. kan benoemen. Ook hier ga ik in duiken en ik kom er zeker op terug, zodra het voor mij allemaal weer duidelijk is.

Ik gebruik nog steeds Google Reader, voor het lezen van de RSS-feeds. Maar zoals ik in podcast 16 al vertelde, stopt Google op 1 juli met Google Reader. Inmiddels ben ik ook al met diverse andere RSS-readers aan het experimenteren. Ik had ooit lang geleden al eens beloofd een video te maken over hoe ik Google Reader gebruikte voor het scannen en lezen van al het nieuws, maar daar is nu natuurlijk een beetje de klad in gekomen. Zodra ik mijn keuze heb gemaakt, zal in een instructievideo mijn werkwijze op dat moment laen zien, met de RSS-reader die ik dan gebruik.

Maar al lezend liep ik vanmiddag tegen een leuk artikel aan op FrankWatching.nl. De titel van het artikel is: “De 5 A’s voor werkzoekenden: word een online persoonlijkheid” en het is geschreven door Jeanet Bathoorn. Jeanet is een social media expert, auteur, trainer en internationaal spreker. Ze is in januari met haar boek “Get social in business” ook genomineerd voor Managementboek van het jaar.

De 5 A’s die Jeanet in het artikel beschrijft, zijn:

  1. Actie
  2. Alert
  3. Ambassadeurs
  4. Aandacht
  5. Aantrekkelijk

In het artikel spitst ze deze 5 A’s toe op werkzoekenden. In deze moderne tijd is het schrijven van een sollicitatiebrief niet meer voldoende, zegt Jeanet. Je moet je echt profileren en zorgen dat je je onderscheidt van de grijze massa, door jezelf te positioneren als een online persoonlijkheid met een sterke online presence, ofwel een sterke online reputatie… Een autoriteit dus.

Door veel Actie erin te pompen (de eerste “A”), kun je jezelf op de figuurlijke kaart zetten en werken aan je online presence. Zo adviseert Jeanet ook om jezelf op te nemen op video en die online te promoten. Ook kan een blog dan natuurlijk niet ontbreken en moet je een volledig ingevuld LinkedIn profiel hebben.

De tweede “A” –die staat voor “Alert”– geeft aan dat je op de hoogte moet blijven van alle ontwikkelingen op jouw vakgebied, maar ook van de ontwikkelingen in de rest van de wereld. Verrijk je kennis en verbreed je horizon!

Dan als je hiermee bezig bent, creëer je ook vanzelf “Ambassadeurs”, de derde “A”. De ambassadeurs zijn de mensen die jou respecteren om wie en hoe je bent en wat je doet, weet en allemaal kunt. Deze mensen kun je ook gerust vragen een compliment (recensie) op je LinkedIn profiel te plaatsen. Let wel, een compliment is iets anders dan de op dit moment zo populaire “endorsements”, of “aanbevelingen”, waarbij je simpelweg bijvoorbeeld kunt aangeven dat Jantje of Marietje goed kan omgaan met MS Office. Nee, een compliment is echt een stukje tekst, wat over jou gaat en over jouw kunnen en kunde.

Ook moet je zorgen dat je veel onder de “Aandacht” komt, de vierde “A”. Hieronder valt ook voor een deel de “social engagement”. Toon oprecht aandacht en interesse voor mensen en zorg ervoor dat je ook dingen onthoudt, die mensen je vertellen. Zo kun je er later nog eens naar vragen.

Op deze manier werk je dus aan je “Aantrekkelijkheid” en dat is dan de vijfde “A”.

Grappig genoeg draagt dit allemaal bij aan je online reputatie en vind je deze informatie ook tussen de regels door in de verschillende blogartikelen en in de podcast. Dus omgekeerd kun je de meeste van mijn reputatie tips ook gebruiken, als je werkzoekend bent en je aan je online reputatie wilt werken.

Jeanet Bathoorn sluit het artikel ook af met de opmerking dat dit eigenlijk open deuren zijn, die ze in het artikel intrapt. En ze verbaast zich er ook over, dat veel mensen niet inzien, of willen inzien, dat we in een andere tijd leven, dan vijf jaar of langer geleden. De tijden zijn veranderd en je moet met je tijd mee, wil je inderdaad nog “aantrekkelijk” worden gevonden door potentiële werkgevers. Als jij maar aantrekkelijk genoeg bent, wordt jij gevonden, in plaats van dat jij een potentiële werkgever moet zoeken!

Volgens Jeanet ben je dan geen “werkzoeker” meer, maar word je “werkvinder”!

En laten we eerlijk zijn, als je werkzoekend bent, is het heel gemakkelijk om je te verschuilen achter heel druk zijn met het schrijven van sollicitatie e-mails en dergelijke. Maar daar vul je echt je hele dag niet mee. Dus blijft er ook tijd over, om aan je online reputatie te werken, om daarmee je kansen op een nieuwe baan extra te vergroten.

Het argument dat je er geen tijd voor hebt, is dus niet echt valide. Je moet er gewoon tijd voor maken! Het is een kwestie van “prioriteit”!

In het artikel stond de tweede “A” voor “Alert”. Hier heb ik nog een leuke tip over. Die heet ook letterlijk “Google Alerts”. Je kunt deze dienst vinden op www.google.nl/alerts. Met deze dienst kun je heel goed op de hoogte blijven wat er wereldwijd speelt ten aanzien van bepaalde onderwerpen die voor jou van belang zijn.

Zo kan ik me goed voorstellen, dat je als bedrijf in het kader van reputatiemanagement precies wilt weten, wat er waar over jouw bedrijf wordt geschreven. Zodra jouw bedrijfsnaam ergens op Internet opduikt, wil je graag een signaaltje krijgen, zodat je kunt nalezen wat er over je bedrijf wordt gezegd, waarna je er op kunt reageren. Zoals Gé Bouma ook in de vorige podcast vertelde, kun je op deze manier veel reputatieschade in de kiem smoren, nog voordat het escaleert.

Als je naar de URL www.google.nl/alerts gaat, zie je het scherm, zoals ik dat in de show notes heb opgenomen.

In het eerste veld kun je de zoekterm opgeven, bijvoorbeeld je bedrijfsnaam.

Daarna moet je kiezen, of je alles van Google wilt doorzoeken, of dat je alleen specifiek bijvoorbeeld wilt zoeken in: nieuws, blogs, video, discussies of boeken. Ik raad je aan om te beginnen met alles te doorzoeken.

De volgende keuze die je moet maken, is hoevaak je een alertsignaal van Google wilt ontvangen. Je kunt daarbij kiezen uit onmiddellijk, één keer per dag of één keer per week.

Daarna moet je aangeven of je alle resultaten wilt zien, of alleen de beste resultaten.

En tenslotte kun je aan Google melden of je de resultaten per mail wilt ontvangen, of in de vorm van een RSS-feed, die je leest in een RSS-reader. Als je op dit moment nog helemaal niets doet met een RSS-reader, raad ik je aan gewoon te kiezen voor e-mail.

Je ontvangt dan met het door jou gekozen interval updates die Google op Internet voor je heeft gevonden, over de door jou opgegeven zoektermen.

Het spreekt voor zich dat je een Google account nodig hebt, om deze dienst te kunnen gebruiken. Maar je kunt Google Alerts natuurlijk voor de meest uiteenlopende zaken gebruiken, om op de hoogte te blijven. Het voordeel is dat het nieuws naar jou komt, in plaats van dat jij elke keer op zoek moet naar het nieuws.

In plaats van alleen maar in de gaten te houden wat er over jouw bedrijf wordt geschreven, kun je natuurlijk ook alerts instellen op de namen van je concurrenten, of de twitternamen van je kinderen. Of als je wilt weten wat er bijvoorbeeld wordt geschreven over “schilders in Arnhem”, dan kun je ook daar een alert voor instellen. Als er geen nieuws is, dan ontvang je ook geen mail.

Dus als jij je alerts goed hebt ingesteld, komt al het voor jou relevante nieuws naar je toe.

Deze gratis dienst van Google kan je dus ook helpen met het bewaken van je eigen online reputatie en mijn advies is: kijk er eens naar en zie of je er iets zinnigs mee kunt. Ik vind de service erg handig en ik maak er dan ook dankbaar gebruik van.

Als je opmerkingen hebt over deze podcast, laat die dan op de website onderaan de transcriptie achter. Je kunt de transcriptie van deze podcast snel online vinden door te surfen naar: www.reputatiecoaching.nl/podcast-19/. Als je ergens een recensie hebt geplaatst, stuur me dan een mailtje zodat ik je recensie kan vermelden in de podcast.

Als je een vraag of een probleem hebt met betrekking tot je online reputatie, stuur dan een mailtje naar podcast@reputatiecoaching.nl of spreek een boodschap in op de ReputatieCoaching Hotline, op: 084 – 883 15 56. Mogelijk behandel ik je vraag of probleem dan in een artikel of in de podcast.

Ik wens iedereen de komende week weer succes met het werken aan je reputatie, zodat je meteen je reputatie voor jou kunt laten werken!

Tot volgende week!

Doei!

[info_box]Hieronder het overzicht van de links die in de podcast aan bod komen

Podcast Aflevering 18 (30-03-2013)

Play

ReputatieCoaching Podcast aflevering 18!

Reputatie Coaching Podcast Aflevering 18 (30-03-2013)In de ReputatieCoaching Podcast heb ik tot en met vorige week altijd nieuws uit de wereld van SEO, reputatiemanagement en content marketing gebracht en dat blijf ik ook doen. Maar een paar weken geleden had ik al aangekondigd dat ik ook mensen zou gaan interviewen. En vandaag is het dan zover: zometeen hoor je het eerste interview dat ik als ReputatieCoach heb afgenomen van een bijzondere gast. Maar ik begin zo eerst met wat actueel nieuws en bruikbare tips uit de diverse bronnen op Internet!

Mijn naam is Eduard de Boer -ook wel bekend als de ReputatieCoach- en ik ben je host voor vandaag.

Voordat ik met het nieuws van de afgelopen week begin: heb je inmiddels al foto’s gemaakt van je bedrijfslocatie, deze voorzien van geotags en de foto’s online gezet op Flickr, Panoramio en andere sites? Hmmm… Waarom niet? Neem gerust contact op, mocht er iets niet duidelijk zijn in de instructievideo’s, de berichten et cetera.

Het eerste nieuws vandaag is over Google, daar heb ik maar liefst drie nieuwtjes over. En nog net voor ik overga op het eerste interview in de geschiedenis van de ReputatieCoaching Podcast, heb ik tips en instructies voor je, voor het kiezen van een SEO-vriendelijke URL-structuur voor je website. Dat is een hele mond vol en als je nog geen idee hebt, wat dat betekent, dan begrijp je dat straks wel na mijn uitleg.

Steeds vaker hoor je dat sites worden gehackt. Als het niet de webmaster zelf is, dan is het vaak wel Google die dit als eerste partij door heeft. Dit komt natuurlijk ook, doordat Google een extreem grote database heeft van alle content op Internet, waardoor zij ook snel bepaalde afwijkingen kunnen constateren.

Een goede twee weken geleden verscheen op het Google Webmaster Central Blog een bericht dat Google een aparte website had ingericht met informatie voor gehackte sites. Deze kun je vinden op: www.google.com/webmasters/hacked . Deze exacte URL kun je vinden in de show notes van deze podcast. Google meldt terecht als afsluiting van het blogbericht, dat ze hopen dat ze je daar nooit zullen zien.

In de show notes heb ik ook een introvideo van Google hierover opgenomen.

In deze introvideo wordt verteld, dat Google jou kan waarschuwen, als ze constateren dat je site is gehackt en hoe ze je kunnen helpen. Maar daarvoor moet je toch echt je site aanmelden in Google Webmaster Tools. Reden temeer, om dat nu toch echt eens te doen, als je dat nog niet hebt gedaan.


Panda gaat zich verstoppen…

Dan kwam er vorige week een bericht van Google, dat de Panda zich terugtrekt in de bamboebossen… In andere woorden: Google zal in het vervolg geen aankondigingen meer doen over eventuele Panda-updates, die mogelijk website-eigenaren weer in de stress kunnen helpen en dergelijke. Het wordt een stuk eenvoudiger: Google brengt wijzigingen aan in hun software en die hebben gewoon een bepaald resultaat. De ene keer kan je site hoger scoren en de andere keer iets lager.

Dit past ook veel beter bij de visie, dat je je niet daarom zou moeten bekommeren en dat je veel beter je tijd en energie kunt spenderen aan het creëren van goede, unieke en waardevolle content voor je lezers of luisteraars. Dit is tenslotte de essentie van content marketing: het begint met goede content voor je lezers, niet voor de zoekmachines.

Hmmm… Is de digitale panda zelfs nog sneller uitgestorven, dan de echte panda die in het wild leeft…

En sinds een goede week is het niet meer toegestaan om op Google AdWords je telefoonnummer te vermelden. Voorheen kon dit en werd het wel toegestaan, maar ik denk dat Google heeft ingezien dat het een negatief effect heeft op hun inkomsten. Want als mensen al een telefoonnummer zien staan in een advertentie, is de kans dat ze meteen gaan bellen toch echt groter, dan dat ze doorklikken.

Het komende stukje gaat merendeels over WordPress, maar in essentie geldt het voor elke website. Het gaat over SEO-vriendelijke URLs voor je website.

Wat zijn SEO-vriendelijke URLs? De URL, is datgene wat er boven in je browser staat, ofwel het webadres van de pagina, waar je je op bevindt. Voor het geval je het (nog) niet wist: URL staat voor Uniform Resource Locator. Wikipedia schrijft hierover:

“Een Uniform Resource Locator (afgekort URL) is een gestructureerde naam die verwijst naar een stuk data. Voorbeelden zijn het unieke adres waarmee de locatie van een webpagina op internet wordt aangegeven of een e-mailadres. In de naam is alle informatie opgenomen over de benodigde techniek om de betreffende gegevens te bereiken.”

Als je een CMS –dat staat voor Content Management Systeem– gebruikt, dan worden vaak standaard lelijk uitziende en moeilijk te onthouden URLs gegenereerd. Zo zie je bijvoorbeeld vaak bij WordPress, dat een pagina wordt aangeduid met:

http://www.mijnwebhoekje.nl/?p=1234

Dit geeft aan dat WordPress de pagina met ID “1234” moet tonen. Maar voor zoekmachines helpt dit niet echt. Natuurlijk kijken die ook wel in de inhoud van de desbetreffende pagina, maar als je ervoor zorgt dat in je URL ook nog eens belangrijke trefwoorden opneemt, die betrekking hebben op je pagina, dan maak je het voor zoekmachines extra duidelijk waar die pagina over gaat en dus vergroot je daarmee de relevantie ten aanzien van het onderwerp. Dus is de kans dat de pagina hoger scoort in de zoekmachines, groter.

Als je dit wilt veranderen in WordPress, ga je naar je dashboard en dan naar “Instellingen → Permalinks”. Dan krijg je onderstaande afbeelding te zien:

Ik heb voor deze site niet de standaard ingesteld, die dus zoekmachine-onvriendelijk is, maar zelf een aangepaste structuur gemaakt. Ik gebruik na de domeinnaam alleen maar de titel van het blogbericht als standaard URL. Die keuze heb ik zelf gemaakt, mede omdat ik weet dat ik geen twee berichten met exact dezelfde titel zal publiceren. Mocht dit alsnog het geval zijn, dan plaatst WordPress er trouwens zelf een “-2” achter, om misvertanden te voorkomen. Je kunt er ook voor kiezen om het jaar, de maand, de dag en/of bijvoorbeeld de categorie van je blogbericht erin op te nemen. Die keus is aan jou.

Op de pagina over de “Permalinks op WordPress” (waarvan de link in de show notes staat) vind je alle mogelijke variabelen die je kunt gebruiken op je site.

Het kan geen kwaad, als je op je website tot op heden alleen maar de pagina’s aanduidde met “?p=” gevolgd door een nummer. Die URLs blijven bestaan als je nieuwe permalinks invoert.

Maar als je ooit al eens Permalinks hebt ingesteld, dan moet je niet zonder meer wijzigingen hierin gaan doorvoeren. Dat kan een averechts effect hebben op de vindbaarheid van je site op Internet en je ranking in de zoekmachines. Als je dat ooit van plan bent, neem dan contact met me op, zodat ik je specifiek advies kan geven, toegespitst op jouw site en instellingen!

Dan het interview. Het heeft me even tijd gekost om alles op de rit te krijgen, zowel technisch, als qua sprekers. Daar heb ik ook weer van geleerd. Het heeft me ook doen inzien dat het met al mijn werkzaamheden lastig is om elke week een gast te hebben, die ik kan interviewen. Bovendien kan ik dan ook niet meer zoveel nieuws melden, of kennis en ervaringen delen en dat zou ik ook jammer vinden. Dus ik heb besloten dat ik een mix ga brengen: de ene keer heb ik een uitzending met alleen nieuws en tips, terwijl ik in een andere uitzending een interview zal publiceren.

De gast van vandaag is Gé Bouma, van Bouma Webteksten uit Oosterwolde in Friesland. Ik ben Gé op figuurlijke wijze tegen het lijf gelopen, toen ik zag dat ze me op Twitter ging volgen. Ik begroet zoveel mogelijk alle nieuwe volgers persoonlijk, omdat ik niet houd van geautomatiseerde tweets. Het risico daarmee is dat je de controle verliest of mogelijk de verkeerde dingen zegt.

En ik nam natuurlijk ook een kijkje op de website van Gé. Zij is gespecialiseerd in het het schrijven van pakkende webteksten en het bewaken van de goede naam van bedrijven op Internet. Zij doet dit laatste door het Internet af te schuimen tot de verste uithoeken, om te zien wat er over haar opdrachtgevers wordt geschreven, zowel positief als negatief. Dit rapporteert ze vervolgens terug aan haar klanten.

Gé heeft ook een aantal eBooks gepubliceerd over hoe je tegenwoordig moet zakendoen via de moderne social media en over online reputatiemanagement.

Omdat onze aandachtsgebieden elkaar volgens mij heel mooi aanvullen en het me leuk leek om jullie als luisteraars hier meer over te laten horen, ben ik de dialoog met Gé aangegaan en heb ik haar vandaag voor een interview in de uitzending.

Ik heb Gé de volgende vragen gesteld. Ben je benieuwd naar de antwoorden, dan raad ik je aan de podcast te beluisteren.

1. Gé, allereerst bedankt dat je je medewerking wilt verlenen aan dit interview. Ik hoop dat ik je correct heb aangekondigd. Ongetwijfeld heb ik je tekort gedaan en zeker heb ik niet alles verteld over je bedrijfsactiviteiten. Daarom aan jou de vraag of je jezelf voor de luisteraars wilt voorstellen.

 

2. Onder andere schrijf je pakkende teksten voor (zoals ik begrijp) publicatie op Internet en je helpt daarmee met het vergroten van de vindbaarheid van de content van de opdrachtgevers, waardoor je dus bijdraagt aan hun online reputatie.

Om een goed stuk te schrijven voor een opdrachtgever, moet je je volgens mij behoorlijk inlezen of inleven in het bedrijf, haar producten en/of diensten, cultuur enz. Hoe gaat dat in zijn werk? En ben je daar lang mee bezig?

 

3. Eén artikel op zich draagt vaak niet echt bij tot online bekendheid voor een bedrijf. Help jij bedrijven ook met het opstellen van een volwaardige multichannel en multimedia content management strategie, of laat je dat aan andere partijen over?

 

4. En dan het fenomeen “online reputatiemanagement”. Dat is op zich iets wat relatief nieuw is in Nederland. Kun jij de luisteraars vertellen, wat online reputatie management eigenlijk inhoudt? Hoe en waar is het ontstaan? En welke bedrijven waren de pioniers in Nederland? Vertel er eens iets meer over, als je wilt.

 

5. Dat lijkt me nogal veel werk, om alle uitlatingen over je opdrachtgevers in de gaten te houden. Of gebruik je daar tooling voor, zoals RSS-feeds van Google News, weblogs, Storify etc. En hoe kun je alle review sites bijhouden? Er zijn er zoveel!!

 

6. Waarom doen veel bedrijven zelf niet hun online reputatiemanagement en besteden ze het liever uit? Kost het ze verhoudingsgewijs teveel om daar iemand voor aan te nemen, omdat het op zich vaak geen fulltime job zal zijn? Of komt het door gebrek aan kennis en ervaring, omdat ze niet weten waar en hoe ze moeten zoeken?

 

7. Heb je bepaalde SLA’s (Service Level Agreements) afgesproken met je opdrachtgevers over bijvoorbeeld de maximale reactietijd? Wat doe je nu precies als je een alarmerende uitlating over een opdrachtgever tegenkomt? Heb je bepaalde escalatieniveaus? En reageert jouw opdrachtgever dan zelf in de sociale media, of doe jij dat uit naam van je opdrachtgever, waarbij je jouw opdrachtgever aanstuurt of adviseert?

 

8. Ik zag ook op je website dat je maandelijks een rapportage aan je opdrachtgevers verstrekt. Meld je ze dan hoevaak en waar er over hen is geschreven? En de algehele toonaard van de uitlatingen? Of is geen bericht, goed bericht?

 

9. Vind je dat bedrijven in Nederland over het algemeen voldoende werken aan hun online reputatie? Waar zie je nog ruimte voor verbeteringen?

 

10. Op je website zie ik een indrukwekkende lijst staan met alle opdrachtgevers. Ik heb ze niet allemaal gecontroleerd qua locatie, maar voor zover ik kan zien zijn ze voornamelijk gelokaliseerd in het noorden des lands. Is dat toeval, of adverteer jij je diensten vooral in Drenthe, Groningen en Friesland? Sta je op beurzen? Of wordt jouw website zo goed gevonden door mensen die op zoek zijn naar een online reputatiemanager?

We lopen langzaam richting het einde van het interview. Zoals ik begrijp ben jij deels proactief bezig met reputaties van je opdrachtgevers door middel van het schrijven van de teksten en deels reactief met het monitoren van de uitlatingen over je opdrachtgevers online.

Wat me leuk lijkt voor de luisteraars: heb je –nu we zo richting het einde van het interview lopen– nog één of twee tips voor de luisteraars, waarmee zij hun voordeel kunnen doen als het gaat om reactief reputatiemanagement?

Vond je deze podcast leuk, laat het me dan weten. Je kunt een bericht achterlaten op onze Facebookpagina, op: www.reputatiecoaching.nl/facebook of op Google+. De Google+ pagina kun je vinden op: www.reputatiecoaching.nl/gplus (dat is “g-p-l-u-s”).

Geef een “Like” of “+1” op Google+, waardoor je laat weten dat je de content op prijs stelt. Of laat een leuke recensie achter op mijn LinkedIn-profiel, op: www.reputatiecoaching.nl/linkedin.

Als je opmerkingen hebt over deze podcast, laat die dan op de website onderaan de transcriptie achter. Je kunt de transcriptie van deze podcast snel online vinden door te surfen naar: www.reputatiecoaching.nl/podcast-18/. Als je ergens een recensie hebt geplaatst, stuur me dan een mailtje zodat ik je recensie kan vermelden in de podcast.

Als je een vraag of een probleem hebt met betrekking tot je online reputatie, stuur dan een mailtje naar podcast@reputatiecoaching.nl of spreek een boodschap in op de ReputatieCoaching Hotline, op: 084 – 883 15 56. Mogelijk behandel ik je vraag of probleem dan in een artikel of in de podcast.

Ik wens iedereen de komende week weer succes met het werken aan je reputatie, zodat je meteen je reputatie voor jou kunt laten werken!

Tot volgende week!

Doei!

[info_box]Hieronder het overzicht van de links die in de podcast aan bod komen:

Podcast Aflevering 16 (18-03-2013)

Play

ReputatieCoaching Podcast aflevering 16!

Reputatie Coaching Podcast Aflevering 16 (18-03-2013)Hallo en welkom bij deze aflevering van de ReputatieCoaching Podcast. Afgelopen week heb ik zoals altijd nieuws, roddels en tips verzameld uit de wereld van zoekmachine optimalisatie, social media en reputatie management. Vandaag zal ik de belangrijkste items weer met je delen, zoals elke week. Mijn naam is Eduard de Boer -ook wel bekend als de ReputatieCoach- en ik ben je host voor vandaag.

Als eerste heb ik een belangrijke mededeling voor je over het verschijnen van de ReputatieCoaching Podcast. Daarna ga ik meteen over op het bericht dat voor honderdduizenden Internetgebruikers kwam als een donderslag bij heldere hemel en waardoor hele volksstammen van kenniswerkers in paniek raakten.

En afgelopen week kreeg ik een vraag over het toevoegen van een blog aan een bestaande website. Ook heb ik een tip voor schoonheidsspecialistes, tandartsen en autoreparateurs.

Vandaag heb ik een lijstje van de top 8 redenen om Google+ te gaan gebruiken, mocht je het nog niet gebruiken en 7 tips voor het maximaliseren van je Google+ Authorship.

Tenslotte web spam, ik heb het al een aantal keren in diverse podcasts genoemd. Maar wat is nu web spam, volgens Google?

Ik ben bezig met het uitnodigen van sprekers voor interviews, maar voor vandaag heb ik nog niemand kunnen regelen. Ik heb al wel een aantal ijzers in het vuur, dus nog eventjes geduld voor wat betreft de beloofde interviews.

Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: de podcast verdwijnt! Dat wil zeggen: van de maandagavond. De afgelopen maanden kwam het voor mij goed uit, om de podcast op maandagavond te lanceren. Maar door diverse omstandigheden, ben ik genoodzaakt de podcast te verplaatsen. In plaats van de maandagavond, zal hij nu op zaterdag uitkomen.

Een tweetal redenen hiervoor wil ik met je delen. Als eerste had ik soms het gevoel dat ik aan het begin van de week oud nieuws vertelde, omdat het vaak alweer een week oud was of soms nog iets ouder. Het hing er maar net vanaf, wanneer ik het nieuwsitem in Google Reader tegenkwam. Door de podcast uit te brengen op zaterdag, heb ik in ieder geval zelf meer het gevoel dat het een soort afronding is van de week die achter ons ligt.

De tweede reden is, dat ik door deze planning mijzelf iets meer ruimte heb gegeven om gedurende de week de content voor jullie te verzamelen en dan op vrijdag en zaterdag uit te kunnen werken tot een podcast.

Oh, laatst vroeg iemand mij hoeveel tijd ik er nu elke keer mee bezig ben, met het maken van een podcast. Schrik niet van het antwoord. Om te beginnen lees ik de hele week honderden artikelen (of ik scan de titels), op zoek naar topics, waarvan ik denk dat ze leuk zijn om in de podcast te delen.

Als ik gedurende de week tijd heb, schrijf ik ook alvast stukjes tekst voor de podcast. Maar vaak kom ik daar niet aan toe. Dus moet het schrijven van de teksten voor de podcasts gebeuren op de avond dat ik ook de podcast uitbreng.

Zoals je misschien is opgevallen, worden de podcasts ook elke keer iets langer. Maar geen zorg, ik wil ze niet langer maken dan 30 minuten, voor de uitzendingen, waarin ik alleen aan het woord ben. Het kan zijn dat in de toekomst –als ik mensen in de show heb, die ik interview– de podcasts iets langer worden.

Op dit moment zijn de podcasts al meer dan 4.000 woorden per keer, ofwel zo’n 9 A4-tjes. Die typ je ook niet 1-2-3 vol. Dat kost een paar uur. Dan moet ik de podcast inspreken, waarna ik ‘m kan oppoetsen. Daarbij luister ik ‘m af, knip versprekingen eruit enz. Als dat is gebeurd, voeg ik meta data toe, zodat de podcast ook naar iTunes en Stitcher kan worden gestuurd en kan ik ‘m uploaden. Dan maak ik het artikel met de transcriptie en de link naar de podcast. Als de podcast online staat, promote ik ‘m nog links en rechts op diverse sites en pas dan kan ik zeggen dat ik ermee klaar ben.

Al met al kost me dit zo’n vier tot vijf uur. Tot zover wat achtergrond over de podcast. Mocht je meer willen weten over hoe ik het allemaal technisch precies doe, laat het me dan weten en post een reactie onderaan de show notes van deze podcast. Die kun je vinden op: http://www.reputatiecoaching.nl/podcast-16/.

En volgens honderdduizenden kenniswerkers, bloggers en andersoortige Internet fanatici is het einde der tijden nabij: Google stopt op 1 juli met Google Reader. Google Reader is de gratis online RSS-reader, die razend populair is bij iedereen die veel nieuwsbronnen volgt en artikelen leest. Als je nu inlogt op Google Reader krijg je een popup, waarin Google dit meldt.

Ik schrok er zelf ook wel even van, want zoals ik al eens eerder vertelde, maak ik ook ontzettend intensief gebruik van Google Reader. Gelukkig heb ik nog even tijd om een alternatief te zoeken. Op lifehacker.com werd ook al druk geblogd en gepost over mogelijke alternatieve RSS-readers. Eentje die al getipt werd was Feedly, die je kunt vinden op www.feedly.com.

En misschien ken je de service “Digg” nog wel, met dubbel “g”. Deze service heeft enige tijd geleden een totale makeover doorgemaakt, omdat de database van Digg was vergeven van spam. Dat is inmiddels allemaal achter de rug en Digg schrijft op haar website, dat ze al van plan waren om een online RSS-reader te maken, maar dat ze dat nu topprioriteit hebben gegeven. Digg streeft ernaar om voor 1 juli een perfecte Google Reader kloon te hebben met tenminste dezelfde mogelijkheden.

Zodra ik meer goede alternatieven tegenkom, zal ik ze op het weblog of in de podcast met je delen.

Vorige week vroeg iemand mij naar aanleiding van de presentatie die ik had gegeven voor Ordina, hoe je het beste een blog kunt toevoegen aan een reeds bestaande website, die op dit moment vrijwel geheel statisch is. Er wordt op dit moment ook geen CMS (dat staat voor Content Management Systeem) gebruikt.

Die persoon had de vraag “Moet ik eigenlijk wel gaan bloggen?” dus al positief beantwoord. Zij was er ook van overtuigd dat het hebben van een weblog, waarop je regelmatig nieuwe content post, tegenwoordig noodzakelijk is, als je een zekere mate van autoriteit wilt opbouwen.

Ik heb haar aangeraden de bestaande statische website eerst naar haar eigen PC te downloaden en vervolgens WordPress te installeren. Het bleek dat dat bij haar hosting provider slechts een stuk of 8 muisklikken was; een werkje van nog geen minuut.

Natuurlijk moest ze een theme uitkiezen dat paste bij het beeld wat zij wilde uitstralen. Ze koos op mijn aanraden op Themeforest een commercieel theme van US$35, omdat dat haar veel meer mogelijkheden leek te bieden, dan de gratis themes die WordPress biedt.

In een paar dagen had ze de originele pagina’s overgezet in de nieuwe opmaak en kon ze gaan bloggen. Achteraf zei ze, dat het haar ongelofelijk was meegevallen. Ze had verwacht dat alles veel complexer zou zijn. Inmiddels heeft ze al een drietal artikelen gepost op haar kersverse blog. Op haar verzoek, noem ik haar weblog nog even niet.

En dan een klein raadsel: wat is de overeenkomst tussen schoonheidsspecialistes, tandartsen en autoreparateurs? Ze zijn allemaal afhankelijk van afspraken en vooral dat die afspraken op tijd zijn. Als bijvoorbeeld een tandarts gierend uit de bocht gaat, waardoor de patiënten in de wachtkamer lang moeten wachten, heeft dit een negatief effect op zijn of haar reputatie. En dit zul je binnen no-time als klacht op review sites zien verschijnen.

“no-shows”, dat zijn mensen die niet komen opdagen, omdat ze bijvoorbeeld de afspraak zijn vergeten, kosten ook geld. Beter gezegd: leveren geen inkomsten op. We kennen allemaal het kaartje dat we bij de tandarts meekrijgen, waarop de volgende afspraak is geschreven. En sommige tandartsen gaan een stap verder en sturen je een uitnodiging per post, of zelfs per e-mail.

Maar wat tegenwoordig steeds meer toeneemt, is het gebruik van SMS om de klant of patiënt aan de afspraak te herinneren. Hiervoor zijn een paar redenen:

  1. SMS kan niet in een spam box belanden
  2. SMS wordt vrijwel ALTIJD afgeleverd
  3. SMS wordt door veel meer mensen METEEN gelezen, dan een e-mail (om precies te zijn: 90% van de SMS-berichten wordt binnen 3 minuten van ontvangst gelezen)

Een SMS kost minder dan een kaartje per post versturen, maar is natuurlijk wel iets duurder dan een e-mail. Ik las in een artikel op expand2web.com dat een kliniek de no-shows met 75% kon terugbrengen, door herinneringen per SMS te versturen.

Om je een idee te geven qua prijzen: ik heb even op Internet zitten zoeken en ik kwam diverse SMS-providers tegen, waarbij de prijzen variëren, afhankelijk van het aantal SMS-jes wat je inkoopt.

Zelfs als je 100 prepaid SMS-berichtjes inkoopt, zijn de kosten zo’n 10 tot 15 eurocent per stuk. Bij grotere pakketten worden ze alleen nog maar goedkoper. Je kunt zelf natuurlijk het beste bepalen wat het jou kost, per “no-show” en of het voor jou uit kan, voor wat betreft de kosten.

Ik heb het je al eens vaker gevraagd, maar gebruik jij nu ook al Google+? Of behoor je nog tot die categorie mensen die de kat nog steeds uit de Google+ boom kijken? Heb je je nog niet aangemeld op Google+, dan heb ik hier een achttal redenen voor je, om het dan nu toch echt te doen.

  1. Google+ gaat niet weg – Google heeft Google+ nodig voor Authorship en ranking. Hoewel de voorgangers Google Buzz en Google Wave geen succes zijn geworden, heeft Google daar natuurlijk wel van geleerd.
  2. De +1 knop geeft je “SEO-punten” – Die +1 knop die je overal ziet op websites, voeren de algoritmes van Google. Een groter aantal +1’s kan dus een positief effect hebben op jouw positie in de zoekresultaten. Dus ook reden voor je, om op jouw site nu eindelijk eens die social buttons, waaronder ook de +1 knop, te plaatsen!
  3. Deel via Google+ en kom vrijwel direct in Google – Als je een blogpost deelt via Google+, dan komt meteen de Googlebot langs om je artikel te inspecteren en op te halen. Vanaf dat moment is je artikel dan ook beschikbaar in de zoekresultaten.
  4. Betere titels van je blogposts scoren ook hoog in Google+ – Content die je deelt op Google+ kan ook scoren in de organische zoekresultaten van Google. Dus als je goede titels hebt voor je blogposts en deze in Google+ deelt, kun je mogelijk dubbel scoren met je artikel.
  5. Interactie met andere gebruikers – Je kunt niet alleen op Facebook interactie hebben met andere gebruikers. Google+ ondersteunt ook talloze manieren om interactie te hebben met andere mensen op Google+, die veel minder “spammerig” overkomen dan bij Facebook.
  6. Google Authorship – Ik heb het hier al veel vaker over gehad. Essentieel als je wilt dat jouw content in de toekomst nog gevonden wordt.
  7. Je kringenteller komt op Google – Door je interactie met andere mensen op Google+, zullen zij jou ook in hun kringen opnemen. Hierdoor neemt je “kringenteller” toe. Naarmate je deel uitmaakt van meer kringen, neemt ook je autoriteit toe.
  8. Je kunt dan eindelijk Hangouts organiseren – Google Hangouts zijn echt fantastisch. Het is ongelofelijk dat Google die dienst gratis heeft gemaakt, want daarmee zijn ze opeens een concurrent voor bijvoorbeeld de Citrix diensten “gotowebinar” en “gotomeeting”.

Samenvattend: je kunt er gewoon niet meer omheen. Dus ik hoop je met deze 8 redenen dan eindelijk over de streep te hebben getrokken, zodat jij je ook aanmeldt. Als je je dan toch hebt aangemeld, volg dan meteen ook de ReputatieCoaching. Je kunt mij gemakkelijk vinden door in Google+ naar “ReputatieCoaching” te zoeken. Als alternatief kun je naar de pagina www.reputatiecoaching.nl/gplus gaan (dat is “g-p-l-u-s”).

Nu ik het toch hierover heb: als jij wat hebt aan de informatie en je vind het leuk om naar de podcast te luisteren, dan kun je ook een bericht achterlaten op onze Facebookpagina, op: www.reputatiecoaching.nl/facebook. Geef een “Like” of “+1” op Google+, waardoor je laat weten dat je de content op prijs stelt. Of laat een leuke recensie achter op mijn LinkedIn-profiel, op: www.reputatiecoaching.nl/linkedin.

Je kunt me ook helpen met het verder vergroten van de populariteit door vrienden, vriendinnen of collega’s over deze podcast te vertellen. Of ga vandaag nog naar iTunes en maak een account aan, als je die nog niet hebt. Beoordeel dan deze podcast op iTunes en stuur een berichtje naar podcast@reputatiecoaching.nl, dat je een recensie hebt gegeven. Zit je achter je computer en heb je Twitter of iets dergelijks geopend, stuur dan een tweet met je mening met hashtag “repcoach”, dus #repcoach erbij.

Geef gerust een recensie. En als je opmerkingen hebt over deze podcast, laat die dan op de website onderaan de transcriptie achter. Je kunt de transcriptie van deze podcast snel online vinden door te surfen naar: www.reputatiecoaching.nl/podcast-16/. Als je ergens een recensie hebt geplaatst, stuur me dan een mailtje zodat ik je recensie kan vermelden in de podcast.

Ik ga er nu van uit dat je je op Google+ hebt aangemeld en dat je inmiddels ook Google Authorship hebt ingesteld. Op SearchEnginePeople kwam ik een leuk lijstje tegen met 7 tips hoe het maximale kunt halen uit je Google+ Authorship. Zij hebben het over AuthorRank, maar de discussie over het verschil met Authorship voer ik graag een andere keer. Eerst de 7 tips:

  1. Produceer goede content – Content is king. Dat staat al tijden als een paal boven water. Datzelfde geldt dus ook voor de content, waar jij door middel van Google+ Authorship jouw naam aan verbindt.
  2. Houd focus – Het is essentieel dat je je focus behoudt en je niet teveel laat afleiden en artikelen over allemaal andere onderwerpen gaat schrijven. Zo laat je zien aan Google, dat je een populaire bijdrager bent aan jouw aandachtsgebied, waardoor Google je mogelijk op termijn als een soort van specialist gaat beschouwen.
  3. Wees in alle sociale media – Beperk je niet tot Google+, maar wees in alle sociale media vertegenwoordigd. Google kijkt heus wel buiten haar eigen grenzen om te zien hoe je elders te boek staat!
  4. Reageer op reacties – Zo laat je zien dat je betrokken bent. Veel bloggers weten het niet, maar het is recentelijk bekend geworden dat Google voor het bepalen van je positie in de zoekresultaten ook meeweegt, of jij reageert op reacties die bezoekers van je website bij je artikelen achterlaten.
  5. Kom in contact met andere populaire auteurs – Zowel in de social media, als door middel van guest blogging enz.
  6. Post je extreem goede artikelen op bekende blogs – Als je af en toe een extreem goed artikel hebt geschreven, kan het ook in je voordeel werken dit eens niet op je eigen site te publiceren, maar als gastblogger op een andere site met een grote mate van autoriteit. Veel van dit soort sites eisen dan wel, dat je het artikel niet ergens anders publiceert.
  7. Deel je content continu – Kennis vermeerder je door het te delen. Zo denkt Google er ook over. Door je content te delen over meerdere sociale media en andere kanalen, trek je meer bezoekers naar je site, en verhoog je dus je status als autoriteit nog verder. Heb je een podcast, promoot die dan ook. Voor de verschillende soorten van content, zijn er ook verschillende manieren of websites om die te delen. Zoek dus ook eens naar andere directories of promotiemogelijkheden voor specifieke soorten content, zoals bijvoorbeeld podcasts.

En dan tenslotte web spam. Wat is web spam? Hoe herken je web spam? Wat ziet Google nu als web spam?

Om te beginnen met de eerste vraag: “Wat is web spam?”, kijk ik simpelweg naar wat Google definieert als web spam. Volgens Google zijn dit webpagina’s, die zijn gemaakt om op onnatuurlijke wijze bezoekers naar een site te trekken en dus zo de zoekmachines voor de gek te houden.

Google kijkt op verschillende manieren naar webpagina’s, om te bepalen of het web spam is. Allereerst kijken ze naar technische signalen of er zogenaamde “black hat” technieken worden gebruikt, om de pagina’s onnatuurlijk hoog te laten scoren op bepaalde termen. Ook kijken ze naar spam pagina’s die eigenlijk geen of weinig zinnige content bevatten, alsmede naar pagina’s die alleen maar commercieel bedoeld zijn. Daarnaast geeft Google in haar webmaster guidelines ook steeds aan wat zij beschouwt als goede content en goede websites. Ik raad je dus eens aan om die ook eens door te lezen.
Maar laat ik eens een paar technische signalen geven, wat bij Google de spamtrigger kan laten afgaan.

Als eerste: verborgen tekst en links. Je kunt teksten op meerdere manieren verbergen. Zo kun je de tekstkleur gelijk maken aan de achtergrondkleur. Mensen zien de tekst dan niet, maar zoekmachines zien die tekst wel. Ook kun je teksten door middel van trucs buiten het zichtbare deel van het scherm plaatsen met hetzelfde effect. Dit gaat dan vaak gepaard met “keyword stuffing”.

“Keyword stuffing” is een andere foute manier om proberen te scoren in de zoekmachines. Het komt erop neer dat je extreem veel zoekwoorden en zoektermen op je pagina’s plaatst. Dit soort technieken werkten een aantal jaren geleden nog, maar zijn tegenwoordig echt kansloos en hebben een averechts effect op je ranking in de zoekmachines.

Het geautomatiseerd doorsturen van bezoekers naar andere pagina’s is ook niet toegestaan. Misschien heb je het vroeger wel eens meegemaakt. Je hoorde dan (als je het geluid aan had staan) een paar keer het geluid wat je ook hoorde als je op een link klikte. Tegelijkertijd zag je dan een paar pagina’s voorbij flitsen.

Een andere foute praktijk is het zogenaamde “cloaking”. Daarbij wordt er aan zoekmachines heel andere content aangeboden, dan aan de bezoekers van webpagina’s. Zo kan het zijn dat de zoekmachine heel mooie tekst ziet, terwijl de menselijke bezoeker van de pagina een Viagra advertentie te zien krijgt.
Spam pagina’s zijn pagina’s die vaak vol staan met onzinnige tekst, waartussen dan advertenties zijn opgenomen. De makers van die pagina’s hopen dan dat bezoekers op die advertenties klikken, waardoor zij een paar cent per klik verdienen.

Of wat ook gebeurde is dat men content eindeloos door software haalde die het een beetje anders maakte, waarbij de aangepaste teksten dan op andere sites, zoals wikis, blogs, fora etc. werden gepost met links terug naar de eigen site.

Het foute type commerciële webpagina, is de webpagina die vol staat met affiliate links, of alleen maar Pay-Per-Click (PPC) advertenties etc. Ook werden verlopen domeinen vaak gebruikt om spammy content op te zetten.

Al dit soort pagina’s zijn dankzij de Panda en Penguin updates van Google verdwenen uit de zoekresultaten die je als gebruiker te zien krijgt. Gelukkig zie je nu veelal de relevante content als eerste, waardoor je minder tijd verliest met het zoeken naar de door jou gewenste informatie.

at komt doordat er ook heel veel goede pagina’s zijn. Op de keeper beschouwd, zijn er meer mensen met de intentie om goede pagina’s te produceren, dan dat er mensen zijn die spammy pagina’s willen publiceren. Alleen hebben die foute figuren in het verleden vaak geautomatiseerde oplossingen gebruikt, waardoor ze in weinig tijd heel veel waardeloze content konden produceren.

Ik kan me voorstellen dat je je dan afvraagt wat “goede pagina’s” zijn in de ogen van Google. Als je eerlijk bent, dan heb je zelf heus wel een idee wat goede pagina’s zijn en wat goede content is. Maar laat ik het iets concreter maken. Google hanteert de volgende criteria om te bepalen of iets spam is of niet. Als je op onderstaande vragen volmondig en met droge ogen “Ja” kunt antwoorden, dan is je content hoogstwaarschijnlijk geen spam. Hier komen de vragen:

  1. Geeft de pagina een goede “vind”-ervaring aan de gebruiker. Dus denk je dat de content datgene is, waar de gebruiker naar op zoek is?
  2. Bevat de pagina originele en unieke content die anderen iets kan leren of wat hen kan helpen?
  3. Vind je zelf dat de pagina in de zoekresultaten moet worden vertoond?
  4. Is de pagina ontworpen voor gebruikers? Zitten er menselijke aspecten aan?
  5. Als je eventuele advertenties eraf haalt, zit er dan meer dan voldoende nuttige, relevante en originele content in voor een gebruiker?

Toegegeven, het beoordelingsproces van Google is niet openbaar. Dat is tenslotte hun sterke kant en ze zullen er alles aan doen om dat geheim te houden. Maar dit soort richtlijnen geven bedrijven waardevolle informatie, om zich ervan te verzekeren dat hun website overeenstemt met wat Google verwacht en graag ziet!

Als je een vraag of een probleem hebt met betrekking tot je online reputatie, stuur dan een mailtje naar podcast@reputatiecoaching.nl of spreek een boodschap in op de ReputatieCoaching Hotline, op: 084 – 883 15 56. Mogelijk behandel ik je vraag of probleem dan in een artikel of in de podcast.
Ik wens iedereen de komende week weer succes met het werken aan je reputatie, zodat je meteen je reputatie voor jou kunt laten werken!

Tot volgende week!

Doei!

[info_box]Hieronder het overzicht van de links die in de podcast aan bod komen: