#SMC055 over Facebook Marketing in Apeldoorn op 14 april 2014

#SMC055: Social Media Club ApeldoornVanavond was ik in het ACEC gebouw voor een bijeenkomst van de Social Media Club uit Apeldoorn (#SMC055). Het onderwerp voor de avond was Facebook marketing. Het was een informatieve, interessante en bovenal leerzame avond.

Bekijk hieronder het Storify-board met daarin alle tweets van die avond:

 

 

Eduard de Boer is reputatiecoach, schrijver, blogger, fotograaf en lokale SEO-specialist.

Vreemd fenomeen in zakelijke Google+ vermelding op smartphone

GoogleVandaag werd ik erop attent gemaakt dat een website niet zou zijn gelinkt aan een zakelijke Google+ pagina. Het fenomeen was mij ook wel eens terloops opgevallen, maar ik had er nooit aandacht aan besteed. Het bleek namelijk dat het woord “Website” wel clickable is in het 7-pack dat wordt getoond, maar niet als je de details bekijkt…

Dan is het woord “Website” grijs en niet clickable. Omdat ik dat vreemd vond, heb ik een goede twintig andere sites bekeken in de lokale zoekresultaten: verschillende soorten bedrijven en verschillende plaatsen. Maar voor alle gecontroleerde vermeldingen was het hetzelfde: op het hoofdscherm is het woord wel gelinkt, maar in het detailscherm niet (en dus niet klikbaar).

Vooralsnog heb ik hier geen verklaring voor. Ik heb alles gecontroleerd: of de sites geclaimd waren, gekoppeld aan de website, gekoppeld met Webmaster Tools etc. Maar met geen enkele mogelijkheid kreeg ik het woord “Website” als link in het detailscherm te zien.

Heb jij voorbeelden van sites die wel gelinkt zijn in het vervolgscherm? Laat het hieronder weten, dan gaan we uitzoeken wat het verschil is.

Website clickable of niet?

Eduard de Boer is reputatiecoach, schrijver, blogger, fotograaf en lokale SEO-specialist.

Waarom Markdown?

Tijdens mijn dagelijkse rondreizen door de Blogosphere was ik al vaak de term “Markdown” tegengekomen, maar ik had me nooit verdiept in wat het was en waar je het voor kon gebruiken. Tot recentelijk… En ik ben inmiddels een Markdown-fan!!

MarkdownMogelijk duurde het zolang, doordat ik ten aanzien van bloggen een goede en optimale workflow dacht te hebben. Tot ik in Markdown dook…

Wat is Markdown?

Markdown bestaat al sinds 2004 en is ontwikkeld door John Gruber van Daring Fireball (i.s.m. Aaron Schwartz) als een uiterst simpele manier om platte tekst te kunnen opmaken, terwijl de opmaak ook leesbaar is als je de platte tekst bekijkt. Het voordeel van Markdown is dat het door middel van simpele programmatuur is om te zetten naar valide (X)HTML, PDF, RTF en andere formaten.

Voordelen van Markdown

Markdown heeft een aantal voordelen:

  1. Universeel overal te bewerken – Platte tekst uit de jaren ’70 is nog steeds met elke teksteditor te bewerken. Dus je loopt met Markdown ook nooit het risico dat je je documenten niet meer kunt openen (vergelijk: Kun jij nog WordPerfect 4.2 documenten openen?)
  2. Uiterst compact – Doordat het platte tekst is, kost het weinig opslagruimte. Je Dropbox, iPhone of iPad zal nooit vol raken door je Markdown documenten!
  3. Snel te leren – Na het lezen van één pagina op Internet over Markdown beheerste ik al zo’n 80–85%.
  4. Focus op content en niet op opmaak – Eindelijk kun je je weer richten op inhoud in plaats van opmaak, waardoor je effectiviteit toeneemt.

Hoe gebruik ik Markdown?

Voorheen schreef ik blogposts ofwel in Google Docs, of in WordPress zelf, via de webbrowser. En daarvoor moest ik in beide gevallen online zijn. Ik heb dikwijls geëxperimenteerd met diverse blogging-applicaties, maar door de jaren heen was er nooit eentje die mij echt “pakte”, niet op m’n desktop, noch op mobiele apparaten.

Sinds ik me in de zomervakantie van 2013 heb verdiept in Markdown heb ik de simpele, maar uiterst doeltreffende app ByWord gekocht, op m’n iPad en op m’n desktop/laptop. En het is echt een verademing!

Ik kan nu veel sneller van me af schrijven, bijvoorbeeld doordat ik door middel van ## het equivalent van een H2-header in HTML kan typen, zonder de tekst eerst te hoeven markeren en dan de H2 kiezen uit een dropdown-menu of dit zelf in HTML moet aangeven.

Was het moeilijk te leren? Nee, ik heb welbeschouwd één enkele webpagina gelezen en ben toen begonnen. Tijdens het werken met Markdown liep ik nog wel even tegen een paar zaken aan, die ik niet meteen had begrepen, namelijk het gebruik van tabellen en images.

ByWord (Mac)

Images en video plaats ik nu niet in het document in ByWord. In plaats daarvan zet ik op het punt in de tekst waar een foto of video moet komen, een korte markering. Als ik dan gereed ben met het document, publiceer ik het vanuit ByWord als “Draft” naar WordPress.

In WordPress voeg ik dan de gewenste images/video’s toe en maak ik de laatste aanpassingen, voordat ik op “Publiceer” klik in WordPress.

De definitieve RTF-versie van het Markdown document bewaar ik op Google Drive.

De Markdown teksten zelf bewaar ik in een folder op Dropbox: zo kan ik er overal en vanaf alle apparaten bij. En daarmee heb ik ook meteen voordeel van de platte tekst: ik kan het met elke editor bewerken. ByWord stelt je overigens in staat om offline te werken en synchroniseert automatisch al je werk met Dropbox, zodra je online komt.

Workflow

Mijn workflow is inmiddels als volgt:

  1. Schrijf document in Markdown (op iPad, laptop of desktop)
  2. Bewaar document op Dropbox (ByWord synct automatisch!)
  3. Publiceer “definitieve” Markdown versie als “draft” naar WordPress
  4. Bewaar RTF-versie op Google Drive
  5. Kleine wijzigingen in “draft”-versie op WordPress aanbrengen (foto’s/video’s)
  6. Klik “Publiceer” in WordPress

Markdown in WordPress?

Je kunt Markdown vanuit ByWord publiceren in WordPress. Dan wordt er uiterst minimale (clean en valid) HTML van gemaakt. Echter, als je geen ByWord hebt maar toch wilt experimenteren met Markdown, dan kun je ook de plugin Markdown for WordPress in je WordPress blog installeren. Je kunt dan je posts bewerken als Markdown, terwijl ze onderwater toch worden opgeslagen als HTML.

Wil ik nog zonder Markdown?

Hmmm… Nee. Ik ben in de korte tijd dat ik ermee werk, echt ontzettend gecharmeerd geraakt van Markdown. Mijn productiviteit, creativiteit en effectiviteit is enorm toegenomen. Dus voorlopig blijf ik echt gebruik maken van Markdown!

Ik raad je echt van harte aan om ook eens te kijken naar Markdown of het mogelijk iets voor jou is, vooral als jij iemand bent die (net als ik) veel schrijft.

Laat me hieronder weten, wat je ervan vindt en of jij ook bent overgestapt.

Eduard de Boer is reputatiecoach, schrijver, blogger, fotograaf en lokale SEO-specialist.

Meerdere domeinnamen voor één website?

Denk jij ook dat het beter is voor je posities in de zoekresultaten om een aantal domeinnamen te hebben, die allemaal naar dezelfde website verwijzen? Heb je nu al diverse domeinnamen, waarbij op allemaal dezelfde content wordt vertoond? Lees dan beslist de rest van dit artikel!

Meedere domeinnamen voor 1 website?Iets meer dan een week geleden kreeg ik van een luisteraar van de podcast de vraag of het voor de positie in zoekresultaten helpt om een aantal domeinnamen allemaal naar dezelfde website te laten wijzen. Het idee erachter was dan namelijk dat pagina’s vanaf de diverse domeinnamen worden vertoond in de zoekresultaten en je dus mogelijk meer kans maakt dat mensen ergens op klikken.

Het korte antwoord hier op is: NEE!!

Een soortgelijk kort antwoord had ik ook al in podcast 41 op deze vraag gegeven. Maar in die podcast heb ik ook beloofd dat ik er in een apart artikel iets dieper op in zou gaan.

Tot omstreeks halverwege 2012 kon je de voorpagina’s van de zoekresultaten domineren met dezelfde content, die je vanaf verschillende domeinnamen aanbood. Dus als je de pagina’s:

  • http://www.mijnsite1.nl/roze-kaplaarzen
  • http://www.mijnsite2.nl/roze-kaplaarzen

maximaal had geoptimaliseerd voor het trefwoord “roze kaplaarzen”, dan werden beide pagina’s in de zoekresultaten vertoond. En als je dan op diezelfde manier tien websites had, kon het gebeuren dat je de 1e pagina met zoekresultaten domineerde met content van alle tien je sites.

Maar sinds de zogenaamde Google Panda updates werkt dit niet meer. Sterker nog, als je dit alsnog probeert voor elkaar te krijgen, zul je zien dat je met geen enkele site goed scoort. Of nog erger: je sites zijn nagenoeg of helemaal niet te vinden. Dit wordt ten onrechte dikwijls de “Duplicate Content Penalty” genoemd.

Duplicate Content Penalty?

Bestaat de “duplicate content penalty”? Als je het artikel ‘Demystifying the “duplicate content penalty”’ van Google uit 2008 erop naslaat, dan kun je lezen dat er niet zoiets als de “duplicate content penalty” bestaat. Ook dat is weer de korte versie…

In dat artikel kun je een paar nuttige richtlijnen van Google lezen (uit de totale lijst van de Google Webmaster Guidelines):

  • Creëer niet meerdere pagina’s, subdomeinen of domeinen met (voornamelijk) dezelfde content.
  • Vermijd content die er alleen op is gericht mensen naar je site te trekken om ze op je affiliate links te laten klikken.
  • Als jouw site affiliate links bevat, vergewis je er dan van dat jouw site relevante content met meerwaarde biedt voor je bezoekers. Laat de waarde van je content de reden zijn dat mensen graag naar jouw site komen.

Google schrijft verder over “duplicate content” (vrijelijk vertaald):

Duplicate content op een site is niet per definitie een reden voor Google om actie tegen die site te ondernemen, tenzij die content is bedoeld om de zoekmachineresultaten te manipuleren of anderszins te beïnvloeden.

Mocht jouw site toch problemen hebben met duplicate content, maar lijkt het duidelijk dat je dit niet moedwillig doet –bijvoorbeeld doordat je CMS (=Content Management Systeem) dit veroorzaakt– dan is er dus in principe geen vuiltje aan de lucht en doet Google haar best om de meest relevante content aan de gebruikers te tonen.

Wat is duplicate content?

Tja, wat is dan wèl duplicate content in de ogen van Google? Duplicate content kan op verschillende manieren op je site(s) ontstaan.

  1. Doordat je meerdere domeinnamen naar één website laat verwijzen, analoog aan de vraag in het intro van dit artikel.
  2. Door (al of niet geautomatiseerde) hele artikelen van andere websites te kopiëren op een eigen site, het zogenaamde “content scraping”.
  3. Wat ook voor problemen kan zorgen, is als je op je site dezelfde content aanbiedt via verschillende URL’s, zoals bijvoorbeeld: www.mijnsite.nl, mijnsite.nl en www.mijnsite.nl/index.html. Hiermee verwijs je met drie verschillende URL’s naar de hoofdpagina van je site.
  4. Sommige webshop softwarepakketten maken gebruik van zogenaamde sessie-ID’s in de URL om de inhoud van het online winkelwagentje bij te houden, zoals bijvoorbeeld: www.mijnsite.nl/product1 en www.mijnsite.nl/product1?sess_id=123456789. Als je webshop zo voor elke bezoeker een uniek sessie-ID maakt, krijgt Googlebot bij elk bezoek een ander ID en kan dus zo in no-time tientallen of honderden dezelfde pagina’s met elke keer een unieke URL voor de kiezen krijgen.
  5. Soms zie je ook dat in de URL een parameter wordt meegegeven voor het sorteren van lijsten, zoals http://www.mijnsite.nl/categorie?sort=ascending of zo. De desbetreffende categoriepagina kan op die manier dubbele content veroorzaken.
  6. “Printer”- of “Print”-pagina’s zie je vaak in weblogs om een printvriendelijke versie van een artikel aan te bieden. Die kunnen ook voor dubbele content zorgen.

Wat wordt niet gezien als duplicate content?

Nu weet je inmiddels wat Google ziet als duplicate content. Maar wat wordt dan niet als dubbele content beschouwd? Google heeft gezegd dat de volgende zaken in elk geval niet voor problemen zorgen:

  1. Citaten van andere sites – die mag je gewoon gebruiken, liefst wel altijd met bronvermelding. In de wetenschap zie je dit al sinds mensenheugenis: artikelen die bol staan met citaten of resultaten van onderzoeken van andere wetenschappers, inclusief een verwijzing naar de bron.
  2. Afbeeldingen en foto’s – Matt Cutts heeft recentelijk nog eens benadrukt dat het hergebruiken van images door Google niet wordt gezien als duplicate content. Dit staat natuurlijk wel helemaal los van het auteursrecht op foto’s en afbeeldingen! Dat is een andere discussie.
  3. Insluiten van infographics etc d.m.v. embed-codes – mag ook gewoon worden gedaan. Daarvoor zijn die embed-codes tenslotte.

Bekijk onderstaande video van Matt Cutts, waarin hij nogmaals toelicht dat Google hergebruik van foto’s en afbeeldingen niet als duplicate content beschouwt.

Ook content die in bepaalde landen verplicht op websites vertoond dient te worden, zoals leveringsvoorwaarden wordt niet gezien als duplicate content. Dat bevestigt Matt Cutts in de volgende video:

Wat is het effect van duplicate content?

Een groot aantal pagina’s met dezelfde content kan er wel in resulteren dat Googlebot (de software die webcontent opspoort en indexeert) niet of moeilijk bij je echt relevante content komt. Ook kost het ophalen van al die dubbele content elke keer zinloze bandbreedte, wat een negatief effect op de performance van je website kan hebben.

Duplicate content kan de PageRank van de originele pagina’s doen verwateren, waardoor deze mogelijk lager scoren in de zoekmachines. Diverse bronnen op Internet melden dat PageRank niet meer relevant is, maar het aanbieden van dezelfde content onder meerdere (verschillende/unieke) URL’s resulteert in ieder geval in een verminderde gebruikerservaring. En dit is iets wat Google nu juist probeert te voorkomen, ongeacht of PageRank nog relevant is…

Duplicate content check

Het is verstandig om frequent te controleren hoe jouw site door Google wordt gezien en of je mogelijk issues hebt met duplicate content.

Door in Google eens in te typen:

site:www.jouwsite.nl

kun je zien wat Google allemaal van jouw website in haar index heeft. Als je ziet dat daar veel dezelfde content tussen zit, raad ik je aan om dit op te lossen. De manier waarop je dit kunt/moet doen, verschilt per situatie. Mocht je advies willen, neem dan contact met me op en ik zal mijn best doen je te helpen.

Vaak laat Google het bovendien zelf de webmaster in kwestie weten, als zij dit detecteert. Maar daarvoor moet je jouw site(s) wel aanmelden bij Google Webmaster Tools. Als je dat nog niet hebt gedaan, meld dan nu eerst al je sites daar aan. In onderstaande afbeelding zie je een voorbeeld van de WebMaster Tools rapportage over dubbele titels etc.

Google Webmaster Tools

Duplicate content penalty bestaat niet!

Samenvattend kun je dus stellen dat Google geen “duplicate content penalty” hanteert, maar dat het haar streven is om gebruikers zo relevant mogelijke content te bieden voor een maximale gebruikerservaring.

De meest gevreesde “penalty” bestaat dus niet en daarom vraagt Google webmasters en anderen te stoppen met het verspreiden van de mythe van de “duplicate content penalty”.

Eduard de Boer is reputatiecoach, schrijver, blogger, fotograaf en lokale SEO-specialist.

Beste domeinnaam voor personal branding

Denk jij ook over het starten van een weblog voor jouw personal branding? Wil jij ook weten wat je dan als beste domeinnaam moet kiezen? In dit artikel geef ik je een aantal overwegingen waarmee jij een betere keuze kunt maken voor een domeinnaam voor jouw personal branding.

Domeinnaam kiezenHet blijkt elke keer lastig te zijn voor bloggers in spé: het kiezen van de juiste domeinnaam. En wat daar dan vaak op volgt, is de keuze van de gebruikersnamen voor alle uiteenlopende social media services. In deze blogpost ga ik in op het kiezen van de beste domeinnaam voor jouw personal branding.

Ik kreeg onlangs de vraag van een Nederlandse luisterares die in Duitsland woont. Zij is kunstenares en ze heet “Brechtje Hendriks”. Eerder heeft ze in podcast 37 ook een paar vragen gesteld en in podcast 41 heb ik kort over het kiezen van een domeinnaam verteld, waarna ik je dit artikel had beloofd.

Ze vroeg nu of het beter was bijvoorbeeld “brechtje.de” als domeinnaam te kiezen voor haar persoonlijke blog met artikelen over haar schilderijen, of “brechtjehendriks.com”. Bij deze laatste had zij het idee dat Google een dergelijke domeinnaam niet meer op prijs stelt, sinds de zogenaamde EMD-update.

EMD-update

EMD kopenEMD staat voor “Exact Match Domain”. Google heeft in het verleden geconstateerd dat websites met domeinnamen als “cheaphotelnewyork.com”, “buyviagraonline.nl” en “affordable-rolex-watches.com” werden misbruikt voor het onrechtmatig hoog scoren in de zoekresultaten, waarbij door middel van bijvoorbeeld affiliateprogramma’s of PPC-advertenties (PPC = Pay Per Click) veel geld werd verdiend door de site-eigenaren.

Op zich is daar niets mis mee, maar Google heeft als doel om zo goed mogelijke zoekresultaten te bieden voor een optimale gebruikerservaring. Dan helpen dit soort –veelal “crappy”– websites niet echt.

Dus heeft Google omstreeks eind september 2012 een aanpassing in haar algoritmes doorgevoerd, waarbij websites met dit soort domeinnamen, waarvan het meer dan overduidelijk is dat ze misbruikt worden, lager scoren in de zoekresultaten dan voor die tijd. Hierdoor komen de betere resultaten dus weer bovenaan.

In de vorige alinea schreef ik al “waarvan het meer dan overduidelijk is dat ze misbruikt worden”. Google is inmiddels in staat goed te beoordelen of een domeinnaam met de bijbehorende content wordt misbruikt of niet, in elk geval voor de Engelstalige domeinnamen en websites. Natuurlijk doet zij haar best om dit ook in alle andere talen te realiseren.

Op YouTube kwam ik een leuke Engelstalige video tegen met daarin uitleg over wat de EMD-update eigenlijk is. Deze keer eens geen video van Matt Cutts ;-).

Voornaam of volledige naam als domeinnaam voor personal branding?

Het nadeel van een domeinnaam met alleen je voornaam is dat je veel verkeer naar je site trekt, van mensen die op zoek zijn naar een naamgenoot met dezelfde voornaam, maar niet specifiek naar jou!

Zo krijg je dus “verdwaald” verkeer op je site, hetgeen dan weer resulteert in een hogere “bounce rate”. Dat zijn mensen die je site bezoeken en binnen een paar tellen weer weg zijn. Dit soort verkeer wil je eigenlijk niet op je website, omdat een hoge “bounce rate” een negatief effect kan hebben op je positie in de zoekresultaten.

Domeinnaam kiezen?

Maar loop je dan het risico dat je wordt afgestraft als je je volledige eigen naam (dus voornaam en achternaam) gebruikt in combinatie met een top level domain, als .de, .nl, .com of .info?

Nee, daarvoor hoef je je geen zorgen te maken. Google is heus wel in staat om spammy sites als ik hierboven beschreef te onderscheiden van legitieme websites.

Houd het eenvoudig

Hou je eigen domeinnaam wel herkenbaar en maak het niet te complex. Als je bijvoorbeeld “Iwan Gerstanovitsj”, kan het wat lastig zijn om een bijbehorende domeinnaam bijvoorbeeld over de telefoon door te geven aan iemand.

Artiestennaam of pseudoniem als domeinnaam?

Als je een artiest bent met een eigen artiestennaam, of je werkt in het algemeen onder een pseudoniem, raad ik je aan die naam te gebruiken. Let wel op dat je zeker weet dat je je naam niet snel zult veranderen (zoals de zanger “Prince” uit de vorige eeuw), want dan kom je voor een aardig complexe operatie te staan, die ik je ooit wel eens in een apart artikel wil uitleggen.

Met andere woorden: gebruik de naam waarop mensen jou het meeste zullen zoeken en je het minste “verdwaalde” verkeer naar je site krijgt.

brechtje.de of brechtjehendriks.com?

Op basis van wat ik hiervoor heb beschreven, adviseer ik Brechtje dus de volledige domeinnaam te registreren. En omdat zij Nederlandse is, die in Duitsland werkt en woont, maar haar schilderijen in principe wel over de hele wereld wil verkopen, is mijn advies om meteen de volgende domeinnamen vast te leggen:

  • brechtjehendriks.de (voor eventueel gebruik voor specifiek de Duitse markt in de toekomst)
  • brechtjehendriks.nl (voor toekomstig gebruik voor de Nederlandse markt)
  • brechtjehendriks.com (om mee te starten in de voorkeurstaal en eventueel later in meerdere talen)

Ook al zou ze niets met de .nl en .de willen: door zelf deze domeinnamen te claimen, voorkomt ze dat mensen in de toekomst online misbruik kunnen maken van haar (domein)naam. Maar je hoeft echt niet zo ver te gaan om ook .biz, .cc, .eu, .tv of andere semi-exotische top level domeinnamen te claimen. Kies (indien mogelijk) de .com, .nl en in dit geval ook de .de. Dat is in de meeste gevallen voldoende.

WordPress kiezen

Off-topic: Kies voor WordPress

Hoewel buiten de scope van deze blogpost en de vraag die hieraan ten grondslag lag, is het dan het eenvoudigste om WordPress te (laten) installeren op de .com-site en zo snel mogelijk beginnen met de personal branding onder de best herkenbare domeinnaam. In diverse podcasts en andere weblogartikelen heb ik al eens beschreven wat mijn redenen hiervoor zijn, dus dat laat ik achterwege.

Ik ken mensen die letterlijk binnen een paar uur na het claimen van hun persoonlijke domeinnaam al relevante blogs hadden die hoog in de zoekresultaten scoorden.

Eduard de Boer is reputatiecoach, schrijver, blogger, fotograaf en lokale SEO-specialist.